MAXXI: met tram 2 naar de 21e eeuw

MAXXI 1Romeinse tempels, renaissancepaleizen, barokkerken… Rome is één groot museum, één groot geschiedenisboek. Een boek dat op 30 mei 2010 een nieuw hoofdstuk kreeg. Het Museum van de 21e-eeuwse kunsten, kortweg MAXXI, opende toen zijn deuren. Een staaltje van hedendaagse architectuur dat een frisse wind laat waaien in de eeuwige stad.

Een golvende vallei voor de kunst, een overweldigende ervaring voor alle zintuigen, een kunstwerk van vrouwelijke vormen en curven… De lovende beschrijvingen in de pers na de opening waren niet van de lucht. Het MAXXI, een ontwerp van de Brits-Iraakse architecte Zaha Hadid, is dan ook een schitterend gebouw dat symbool staat voor een vernieuwend museumconcept.

MAXXI 2Het MAXXI ligt ingebed in Flaminio, een volkswijk een flink eind buiten het historische centrum van Rome. Is dat de reden waarom de bezoekersaantallen ondermaats blijven en het Museum na twee jaar al met een enorme schuldenberg opgescheept zit? Of is het financiële fiasco te wijten aan de economische crisis en aan de Italiaanse overheid die het werkingsbudget van het MAXXI na één jaar al verminderde met 43 procent?

MAXXI 6Het MAXXI is een kunstwerk op zich. Geen strakke lijnen, maar vloeiende volumes die alle kanten uitgaan. Een organisch gebouw dat sterk contrasteert en toch niet vloekt met de oranjerode huizen eromheen. Een gebouw dat ademt, en ook de huizen in de omgeving laat ademen. Aanwezig en toch niet opdringerig. Buiten staan elegante stoelen die je naar believen kunt verplaatsen. In het museumcafé tegenover de hoofdingang zitten enkele gezinnen gezellig te brunchen. Op de piazza genieten kunstliefhebbers van hun koffie. Kinderen spelen onder ‘Towards Tomorrow’, een installatie van Kaarina Kaikkonen, een Finse kunstenares die honderden kinderhemdjes en pyjama’s verwerkte tot een kleurig web van waslijnen.

MAXXI 4Binnen is het gevoel van ruimte nog sterker. Het interieur is licht en luchtig, met deels transparante trappen die uitmonden in zalen met schuine wanden en onverwachte bochten. Niets is rechtlijnig, niets is symmetrisch. En toch heerst er een gevoel van rust.

Is het MAXXI een museum of een laboratorium? Begin 2012 was er onder meer de tentoonstelling “RE-CYCLE – Strategies for Architecture, City and Planet”, een internationaal project over recyclage-architectuur, met veel aandacht voor een creatief en ecologisch gebruik van gronden, grondstoffen en materialen. Het begrip ‘recyclage’ werd grondig uitgediept, ook in andere domeinen en aan de hand van andere, bizarre technieken. Dankzij het MAXXI ontdekte ik bijvoorbeeld ‘Music on Bones’, een systeem om oude röntgenfoto’s te hergebruiken als medium voor… muziekopnamen. Ik luisterde naar muziek, van jazz tot Jimi Hendrix, op illegale wijze vastgelegd op röntgenfoto’s van borstkassen en andere lichaamsdelen. En dat alles gebaseerd op een subversieve Russische uitvinding uit de Koude Oorlog!

MAXXI 5Bent u het Colosseum, het Forum Romanum, het Pantheon en de Sixtijnse Kapel beu? Ga dan voor de verandering eens naar het Museum van de 21e eeuw: neem tram 2, stap uit aan de Via Guido Reni en laat het MAXXI maximaal op u inwerken.

-

Meer info op de website van het MAXXI.
Korte info over Music on Bones.

Geplaatst in Italië van buiten, Rome | Getagd , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Daniele Badini over de Amiata

l'AmiataDaniele Badini is opgegroeid in Castel del Piano, aan de voet van de Amiata-berg in het zuiden van Toscane. Sinds zijn kinderjaren doorkruist hij dit gebied. Fotograferen werd een passie in zijn tienerjaren. Duizenden en duizenden foto’s maakte hij. Sinds de opkomst van de digitale fotografie verkent Daniele Badini steeds verder zijn geliefde streek, op zoek naar het licht, de kleuren, de uitzichten en situaties die het verhaal van de Amiata vertellen. Het boeiende verhaal van een uitgedoofde vulkaan, 1732 meter hoog, in het bergachtige, meest mysterieuze deel van Toscane.

Klik op de foto’s in het artikel om ze uit te vergroten.

Mijn berg in al zijn gedaanten

Ik probeer met mijn foto’s mijn bergstreek te beschrijven zoals ik die zie. Ik fotografeer dingen die me opvallen en ontroeren. Urenlang, dagenlang wandel ik door bossen en weiden, winter en zomer, om deze fantastische berg nog grondiger te leren kennen, tot in de kleinste details. En dan probeer ik met mijn foto’s over te brengen wat ik voel, midden in het bos… als een zonnestraal door de takken van een kastanjeboom valt, het geluid van een dier opeens de stilte doorbreekt of de rust van een uitzicht over mij neerdaalt.

luce e nuvoleSoms ga ik ergens zitten om een plek of een panorama te bestuderen. Dan vergeet ik de tijd. Dan ontvouwt zich de absolute stilte, alleen doorbroken door een voorbijvliegende vogel. Als ik heel stil blijf zitten kijken, vallen me dingen op die ik anders niet zie.  Een lieveheersbeestje op een verdroogde bloem, een vos die zich op een veilige afstand behoedzaam roert, de vorm van de wolken, het licht dat op de stenen, de huizen, de heuvels en de planten speelt. Ik maak foto’s van mijn berg, in de eerste plaats voor mezelf om het ogenblik, de gevoelens en de plaats van dat ogenblik vast te leggen. Pas daarna vertel ik aan anderen wat ik gezien en beleefd heb.

Daniele Badini boomAlles fotografeer ik: vergezichten, monumenten, rotsen, kleuren, dieren, planten, plekken, mensen en gebeurtenissen. Alles  wat volgens mij dit gebied met zijn rijke natuur, zijn tradities en eigenheden typeert. Alles wat nodig is om het verhaal van de Monte Amiata te vertellen. Ik weet niet of ik met mijn foto’s iets overbreng van wat ik voel als ik een bepaalde scène, plaats of situatie zie, maar zodra ik ze maak, weet ik dat ik dat ogenblik, dat licht of dat onvergetelijke scenario stilleg om het nooit meer te kunnen vergeten!

Soms vraag ik mij af welke gevoelens mijn foto’s opwekken in wie ze bekijkt. En of ik erin slaag om het verhaal van mijn berg te vertellen, mensen nieuwsgierig te maken en aan te zetten om dit stukje Toscane te komen verkennen… Een plekje dat je traag moet proeven en smaken, kalmpjes aan, om er met volle teugen van te kunnen genieten.

Daniele Badini

Meer informatie en foto’s op de website van Daniele Badini.
Copyright foto’s: Daniele Badini.

Leggete l’articolo su Daniele Badini in italiano.

Geplaatst in Gastauteurs, Italië van binnen, Toscane | Getagd , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Parket voor het Pantheon

Pantheon 2“Wie Rome bezoekt zonder het Pantheon te hebben gezien, keert terug als een ezel”, zo luidt een gezegde. Het Pantheon is dan ook een van de indrukwekkendste gebouwen in Rome, al besef je dat pas echt als je binnen staat. De burgemeester van Buenos Aires was ooit zelfs zo onder de indruk dat hij aan zijn Romeinse collega een houten parketvloer schonk. Niet voor het Pantheon, maar voor het plein ervoor!

Het Pantheon werd gebouwd in de 2e eeuw van onze tijdrekening. Toch blijft het een verbazingwekkend bouwwerk, alleen al door zijn enorme koepel. Maar ook het plein ervoor, de Piazza della Rotonda met de sierlijke fontein, en het plein erachter, de Piazza della Minerva met het olifantje dat een Egyptische obelisk torst, zijn van een sublieme schoonheid.

Aan de buitenkant ziet het gebouw er vrij naakt en ruw uit. Dat komt doordat barbaren, keizers en pausen in de loop der eeuwen vrijwel al het brons en marmer lieten weghalen… Zelfs de oogverblindende bronzen platen boven op de koepel werden weggesleept door plunderaars. De 24 zuilen van het voorportaal en de enorme, met brons beklede houten deuren zijn nog wel oorspronkelijk en min of meer intact.

Pantheon 3Disegno angelico e non umano”, zei Michelangelo ooit over het Pantheon. Het ontwerp van een engel, niet van een mens. Uit eerbied voor de onbekende bouwmeester maakte hij zijn eigen koepel van de Sint-Pietersbasiliek, vele eeuwen later, net iets kleiner. De koepel van het Pantheon is vandaag nog steeds de grootste koepel van ongewapend beton ter wereld. Helemaal bovenaan in het midden is een ronde opening met een doorsnede van 9 meter. In de middeleeuwen dacht men dat er ooit een punt op de koepel had gestaan, maar dat de duivel die had weggehaald. Die opening, het oculus, is de enige lichtbron in de tempel. Het oculus blijft dus altijd open. Als het regent, valt het hemelwater gewoon naar binnen, waarna het wegvloeit via vernuftige openingen in de licht hellende marmeren vloer. In haar boek “Het Pantheon” spreekt Carine Cuypers van “de navel van de aarde, het badkuipputje van de wereld, dat de stad rechtstreeks met de eeuwigheid verbindt”.

Het woord “Pantheon” wordt wel eens verkeerdelijk vertaald als “tempel van alle goden”, maar eigenlijk is de betekenis “het algoddelijke”. In deze tempel, die al in de 7e eeuw de status van christelijke kerk kreeg, ligt de grote schilder Rafael begraven, maar ook twee Italiaanse koningen, Victor Emanuel II en Umberto I, en de koningin naar wie de pizza Margherita werd genoemd.

Gevelplaat Piazza della RotondaEn dan is er nog die merkwaardige gevelplaat op de Piazza della Rotonda. Ze herinnert aan de parketvloer die ooit op het plein gelegen heeft. De kostbare vloer van hout uit de Argentijnse wouden was een cadeau van de stad Buenos Aires aan de stad Rome. Begin 20e eeuw vonden de Argentijnse bestuurders namelijk dat het verkeer rond het Pantheon erg veel lawaai veroorzaakte. Dat verstoorde volgens hen de rust van de doden. Erg lang heeft de houten vloer er niet gelegen. In de jaren 1950 verdween het parket en kwam er een wegdek van asfalt. Tot dat in de jaren 90 werd vervangen door kasseien.

Het plein is nu verkeersvrij, wat niet betekent dat het er stil is. Het aantal restaurants en terrassen is in de loop der jaren alleen maar toegenomen en het krioelt er van de toeristen en de straatmuzikanten. Maar de eeuwige slapers in het Pantheon hebben daar nog nooit hun beklag over gedaan.

-

Wie meer wil weten, vindt veel informatie in deze drie schitterende boeken:
- Pantheon – Navel van de aarde, Carine Cuypers, Roularta Books
- De magie van Rome en het sublieme gemis, Carine Cuypers, Roularta Books
- SPQR – Anekdotische reisgids voor Rome, Luc Verhuyck, Rainbow Pockets

Geplaatst in Italië van buiten, Rome | Getagd , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Italiaans brood bestaat niet

Toen ik negentien was, mocht ik samen met een vriendin op de honden en poezen gaan passen van een Belgische vrouw die in de Castelli Romani woonde en zelf op vakantie ging in België. Eén van de instructies die we van haar kregen voor ons verblijf betrof het brood. Omdat we afgelegen woonden, konden we niet elke dag vers brood gaan kopen. Het Italiaanse brood was volgens haar na één dag al taai en niet meer te genieten. Dus raadde zij ons aan om rosette te kopen, ook al hebben die ook een harde korst voor elk gehemelte dat alleen zacht brood kent. Die konden we weer vers krijgen door ze nat te maken en in de oven op te warmen.

Het brood in de streek van Rome is inderdaad alleen ovenvers heel lekker. Met Toscaans brood, dat tot overmaat van ramp zoutloos is, kun je na drie dagen al een spijker in de muur timmeren. En geen enkele bewaarmethode werkt. Argeloze campingtoeristen kopen bij de bakker enorme, heerlijk ogende en ruikende broden. Ze denken dat ze er een week lang mee gaan toekomen. Na een dag of drie zien ze zich genoodzaakt om de helft ervan in de vuilnisbak te kieperen. En vragen ze zich af hoe het komt dat de Italianen zo lekker kunnen koken terwijl hun brood niet meer te vreten is na een dag.

Eén verklaring is dat oudbakken brood in de Italiaanse keuken een ingrediënt is, net zoals groenten en vlees of vis dat zijn. Ze kopen alleen een volledig brood als ze weten dat ze dat nodig gaan hebben of helemaal op gaan maken in hun weekmenu. Wie niet van plan is om ermee te koken, koopt bij de bakker gewoon het stuk brood dat hij nodig heeft. Hij of zij duidt heel precies aan hoeveel de bakker mag afsnijden van een brood van een kilo bijvoorbeeld. De bakker vindt dat normaal. Er is namelijk altijd wel een andere klant die het andere stuk nodig heeft.

De Italianen smijten dus geen gram brood in de vuilnisbak. En ze vinden dat hun eigen brood het lekkerste en het handigste brood ter wereld is, of ze nu in Rome, in Toscane, in Sicilië of waar dan ook wonen.  Want er zijn natuurlijk ook veel regionale verschillen. “Italiaans brood” bestaat dus eigenlijk niet, net zoals er geen “Italiaanse keuken” bestaat. Maar dat is weer een ander verhaal…

-

Meer over taai brood als hoofdingrediënt in het artikel Panzanella, dagelijkse kost uit Toscane.

De foto van de rosette komt uit deze mooie site van een Romeinse bakker.

Het Romeinse brood wordt beschreven in deze (Italiaanse) blog die helemaal aan de Romeinse keuken is gewijd.

Geplaatst in Italië van binnen, Rome, Toscane | Getagd , , , , , , | Een reactie plaatsen

Vreemde vruchten op een Siciliaans strand

VendicariHet natuurreservaat van Vendicari ligt in het zuidoosten van Sicilië, ten zuiden van de stad Noto. Het staat bekend voor zijn biodiversiteit, zijn zeldzame planten en zijn trekvogels. Maar Vendicari produceert ook vreemde vruchten. Kiwi’s die zomaar aanspoelen op het strand…

De “Riserva Naturale Orientata Oasi Faunistica di Vendicari” bestaat sinds 1984. Het reservaat ligt aan de Ionische Zee en bestaat uit een vrij smalle, moerassige kuststrook met heel wat waardevolle planten. Door het hoge zoutgehalte ontwikkelde zich hier een bijzonder ecosysteem. De meest uiteenlopende vogels voelen zich hier thuis, waaronder reigers, flamingo’s, lepelaars en ooievaars. Duizenden trekvogels rusten hier uit tijdens de trek naar hun broedplaatsen. Vendicari is dan ook zeer geliefd bij bird watchers.

Vendicari tonnaraHet reservaat omvat enkele archeologische resten, onder meer van Griekse en Arabische oorsprong. Een Byzantijns kerkje en een Zwabische toren uit de 13e eeuw bleven gedeeltelijk bewaard. Maar Vendicari heeft ook nog restanten van een imposante “tonnara”, een haven met een tonijnfabriek, waarvan de oudste delen teruggaan tot de Hellenistische tijd. Eeuwenlang was tonijn in deze streek dé bron van inkomsten. De vissen werden aan land gebracht door de mannen en aan grote tafels versneden en verwerkt door de vrouwen. Wat vaak gepaard ging met veel geroep en gezang. Maar in het midden van 20e eeuw moesten de Siciliaanse tonijnvissers de duimen leggen voor de concurrentie uit het buitenland. Nu hoor je hier alleen nog de zee, de wind, de vogels… en het occasionele klasje kinderen op schoolreis.

Een van de opmerkelijkste fenomenen zie je elk jaar weer in de lente. Dan wordt het uitgestrekte zandstrand letterlijk overspoeld door vele duizenden, misschien wel miljoenen bruine bollen. Vendicari uccelloVreemde vruchten die wat lijken op kiwi’s in alle mogelijke formaten. Maar de bruine, pluizige haarbollen zijn helaas niet eetbaar. En ook de vogels lusten ze niet. “Planten uit de zee,” zucht de bewaker aan wie ik vraag hoe die dingen heten. “Nutteloos. Niks kun je ermee aanvangen. Elke dag hetzelfde. Waren het maar kiwi’s… of tonijnen!”

-
Meer info op de website van het Natuurreservaat van Vendicari.

Geplaatst in Italië van buiten, Sicilië | Getagd , , , , , , | 10 Reacties

Het dorp van de geschilderde verhalen

Cibiana 1Cibiana di Cadore was een onooglijk dorp in een uithoek van de Dolomieten. Ongeveer vierhonderd inwoners. Weinig of niets te beleven. Tot iemand op het idee kwam de geschiedenis van dit Italiaanse bergdorp te laten uitbeelden op de gevels van de huizen. Het resultaat: Cibiana di Cadore heeft vandaag al zo’n 60 eigentijdse fresco’s van evenveel kunstenaars.

Cibiana di Cadore ligt op zo’n 30 km van het mondaine skioord Cortina d’Ampezzo. Het contrast kan niet groter zijn. Hier geen skiliften, geen winkels, bars of restaurants. Het is koud en mistig als ik in het dorp aan mijn verkenningstocht begin. Alleen een kerkklokje en het verre geraas van een kettingzaag in de bossen doorbreken af en toe de stilte. Cibiana lijkt zo goed als uitgestorven, grauw en rommelig. Maar niets is wat het lijkt.

Cibiana 2Murales’, zo noemen ze hier met een Spaans woord de schilderingen die je overal op de muren van de huizen aantreft. Het dorp krijgt er meteen een warme gloed door, vooral in de koude wintermaanden. Alsof wat er zich binnen in de huizen afspeelt – of afspeelde – aan de buitenkant zichtbaar wordt.

Osvaldo Da Col, voorzitter van het Comitato Arte a Cibiana, legt uit hoe het project ontstaan is: “Cibiana is een dorp van emigranten. Het aantal inwoners daalt al van in de jaren zestig van vorige eeuw. Uiteindelijk bleven er haast alleen nog bejaarden over. Sommige ouders lieten hun kinderen achter onder de hoede van de grootouders. Want veel mensen werkten toen – en werken vandaag soms nog – het grootste deel van het jaar in Duitsland. Op een bepaald moment in de jaren 80 vond een groepje dorpelingen dat er iets moest gebeuren. Ze wilden weer wat leven in het dorp brengen en als het kon liefst ook wat toeristen aantrekken. En ze vonden een originele manier om dat te doen. Zo werd Cibiana “il paese che dipinge la sua storia“, het dorp dat zijn eigen geschiedenis schildert.

Cibiana 3De initiatiefnemers lieten zich inspireren door de ‘murales’ in enkele Mexicaanse steden en besloten elk jaar in de zomer enkele kunstenaars uit te nodigen om elk het verhaal van een huis of zijn bewoners of vroegere bewoners uit te beelden. Het verhaal – of misschien wel de droom – van de smid, de molenaar, de kolenhandelaar, de vioolbouwer… Zeer diverse, vaak volkse taferelen brachten weer kleur in de straten en betrokken de inwoners weer bij de geschiedenis van hun dorp. Het waren vaak kleine verhalen, maar soms ook grote, dramatische gebeurtenissen, zoals de brand van een huis en hoe heel wat dorpsbewoners mee hadden geholpen om de brand te blussen.

Cibiana 4De inwoners van Cibiana di Cadore zijn trots op de vele muurschilderingen in zeer uiteenlopende stijlen en van zeer diverse kunstenaars. En er komen er nog elk jaar bij. Veel kunstenaars hebben hier in de voorbije 30 jaar een werk gemaakt, niet alleen Italianen maar ook Spanjaarden, Britten, Ieren… Cyr Frimout is de enige Belg in het gezelschap.

Cibiana is niet het enige beschilderde dorp in Italië. Er zijn vergelijkbare dorpen op Sardinië en in Emilia-Romagna. Maar Osvaldo Da Col is ervan overtuigd: “Cibiana is een van de eerste en zeker het meest authentieke beschilderde dorp van Italië.”

-

Meer info (Italiaans) over de murales van Cibiana.

Geplaatst in Dolomieten, Italië van buiten | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

Italiaanse paaseieren

Een van mijn eerste stukjes over Toscane die ik in de jaren 90 schreef voor de Belgische radio, ging over Italiaanse paaseieren. Want de Italianen hebben natuurlijk hun eigen tradities en hun eigen ideeën over “Pasqua”. Zij horen het in Keulen donderen als je vertelt dat de Belgische paaseieren door de klokken van Rome worden geleverd. Zoiets geks hebben ze nog nooit gehoord!

Eieren rapen hoort in Italië niet bij de paastradities. In de plaats daarvan krijgen Italiaanse kinderen van het paasbezoek telkens maar één chocolade ei cadeau. Maar dan wel een paasei dat inclusief de verpakking tot een meter hoog kan zijn. Een maand voor Pasen verschijnen in de supermarkten torenhoge rekken die gevuld zijn met deze kitcherig verpakte eieren in allerlei maten, van de meest uiteenlopende merken en prijzen. Het is onvoorstelbaar hoeveel ruimte daarvoor moet worden vrijgemaakt.

Waar het om gaat bij deze traditie is niet het ei zelf, maar wat erin zit, de “sorpresa”. Hoe belangrijker het merk van het ei en van de surprise die erin zit, hoe waardevoller het geschenk. Sommige mensen laten zelfs een eigen cadeautje in een handgemaakt ei verstoppen, maar dan gaat de prijs wel fors omhoog. Er zijn eieren met surprises voor jongens, voor meisjes, voor kinderen en voor volwassenen. Sjaaltjes, nepjuwelen, puzzels en de meest uiteenlopende gadgets. Eén blik op het merk van het ei en een ouder weet al of zijn kind blij of teleurgesteld zal zijn.

Zolang ze klein waren, kregen onze kinderen van familieleden en buren ieder jaar ook zo’n reuzepaasei. Tot wel een stuk of tien in totaal per Pasen. Of zoals mijn Nederlandse vriendin in het zuiden van Italië het uitdrukt: “dan breekt de lente aan en zit je nog steeds aan te hikken tegen de paaseierenchocolade van het vorige jaar”.

Geef mij maar de Belgische traditie. Eitjes rapen is niet alleen goedkoper en amusanter. Het scheept je ook niet op met goedkope surprises die ogenblikkelijk stuk gaan of meteen in de kast verdwijnen bij de onbruikbare surprises van het vorige jaar en last but not least, je blijft niet zitten met meters inpakpapier dat je op geen enkele manier kunt recupereren. Vrolijk paasfeest of Buona Pasqua!

De afbeelding helemaal bovenaan heb ik gemaakt om te laten zien hoe groot een traditioneel Italiaans paasei kan zijn. Het inpakpapier en de surprise van de chocolade eieren op een rijtje hieronder hebben de kleuren van de bekendste Italiaanse voetbalploegen.

 

Geplaatst in Italië van binnen, Toscane | Getagd , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het smalste straatje ter wereld

Civitella RuettaImposante burchten, prachtige kunststeden, middeleeuwse dorpjes, smalle straatjes… Het maakt allemaal deel uit van het clichébeeld van Italië. Civitella del Tronto is zo’n dorpje. Maar opgelet: in Civitella hebben ze niet alleen het smalste straatje ter wereld, maar ook QR-codes en de enige burcht van Italië met ultramoderne roltrappen.

Civitella del Tronto ligt in het noorden van de Abruzzen, vlak bij de grens met De Marken. Het dorp is opgenomen in de lijst van de “borghi più belli d’Italia”, de mooiste dorpen van Italië. Civitella ligt aan de voet van de Fortezza di Civitella die werd gebouwd rond 1560. Erg veel bezoekers kreeg het dorp niet, en de burcht nog minder want daarvoor moest je vanuit het dorp nog eens een flink stuk hoger klimmen. Maar de regionale overheid bedacht een oplossing. Sinds kort is de hooggelegen, 16de-eeuwse burcht uitgerust met 21ste-eeuwse roltrappen. Duizelingwekkend lange, glimmende roltrappen, zodat ook de minder fitte toerist nu kan genieten van het uitzicht op de heuvels, de Abruzzen en de zee.

Civitella MostraIn enkele straatjes van Civitella wordt in de zomer elk jaar een fototentoonstelling georganiseerd. De zwart-wit foto’s hangen gewoon hier en daar aan de ruwe muren van de huizen, zonder veel uitleg. Wat er wel bijhoort, is een groot bord met een QR-code, die je met je smartphone kunt scannen om zo ter plekke alle gewenste informatie over het dorp, de burcht en de fototentoonstelling te downloaden… Alweer een bewijs dat ze in dit middeleeuwse dorpje in een uithoek van de Abruzzen technologisch helemaal mee zijn.

Maar de belangrijkste bezienswaardigheid is “La Ruetta”, een lang en uiterst smal trappenstraatje dat ooit speciaal werd aangelegd om ongewenste indringers te slim af te zijn. Een succesvolle strategie, want alle vijanden die ook maar iets te dik waren kwamen letterlijk klem te zitten. Op zijn smalst is het straatje amper 40 cm breed! Het spreekt vanzelf dat ze in Civitella erg trots zijn op het smalste straatje van Italië, en als het van de lokale restauranthouder afhangt zelfs het smalste van de hele wereld.

-

Meer info (Italiaans): Civitella del Tronto in de Abruzzopedia.

Geplaatst in Abruzzen, Italië van buiten | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

Leen Huet over Venetië

Leen Huet is auteur van romans, literaire non-fictie en essays. Na haar studies kunstgeschiedenis en wijsbegeerte woonde ze enige tijd in Firenze. Italië, kunst en literatuur zijn haar belangrijkste thema’s en inspiratiebronnen. Leen Huet publiceerde, naast tal van bijdragen in kranten en tijdschriften, vijftien boeken. Twee daarvan hebben direct met Italië te maken. Eenoog (Uitgeverij Atlas, 2009) is een roman over een Vlaamse kunstenares in Firenze. In Venetië – Een literaire reis (Davidsfonds-Atlas, 2005) bundelde ze de mooiste literaire teksten over de lagunestad.

Leen Huet volgde in Venetië de voetsporen van Casanova, Byron, Brodsky, Goethe, Mann, Ruskin en vele anderen… maar ook van Corto Maltese, de fictieve held van de Italiaanse striptekenaar Hugo Pratt (1927-1995). In Fabel van Venetië verhaalde Pratt de avonturen van een rondzwervende zeeman aan het begin van de twintigste eeuw, tegen de achtergrond van het Italiaanse fascisme. Een leven als een droom, over de grenzen van tijd en ruimte. Een impressie.

In het spoor van Corto Maltese

Corto MalteseCorto Maltese, held der zeven wereldzeeën. Corto Maltese, zonder twijfel de knapste getekende zeeman ter wereld (al bekent men dit met pijn in het hart, omwille van kapitein Haddock). Corto Maltese, die naam alleen al past op geniale wijze bij een held. Zijn moeder was een Spaanse schone, La Niña di Gibraltar genaamd; zijn vader een matroos uit Cornwall. En zijn geestelijke vader was een Venetiaan, drager van de ook-niet-misse naam Hugo Pratt.

Wie de avonturen van Corto een beetje gevolgd heeft, weet het wel: in Venetië zwerft hij langs het paleis van de kamelen en over het laatste bruggetje zonder leuning, hij ontmoet er baron Corvo en ‘De Dichter’ Gabriele d’Annunzio en zoekt er naar een magische smaragd, de zogeheten Sleutel van Salomon, verborgen in de zetel van Sint Petrus. Aan het einde van het boek stuit je op de beroemde woorden: “Venetië kent drie magische, verborgen plaatsen: een in de straat van de Liefde voor Vrienden, de tweede bij de brug der Wonderen en derde in de Calle dei Marrani, bij San Geremia, in het oude ghetto. Als de Venetianen het gezag beu zijn, gaan ze naar deze geheime plaatsen, openen de deuren achter op de binnenplaatsen en verdwijnen voorgoed naar wonderschone landen en andere verhalen…”

Corto ScontoEen nachtblauwe omslag met een gulden maansikkel wenkte mij in de etalage van een boekhandel. Corto Sconto: de wonderbaarlijke en geheime wandelingen van Corto Maltese in Venetië. Geschreven door twee vrienden van wijlen meester Pratt. Die mij zelfs langs Pratts voordeur leidden, in een héél moeilijk vindbaar steegje. Die een gedicht over de stad citeerden van Pratts grootvader, eertijds een hoge piet bij de plaatselijke fascisten – zodat de Italiaanse geschiedenis me opeens Belgisch leek, vol kunstenaars die het oorlogsverleden van hun voorzaten afzwoeren; toch had Pratt een goede manier gevonden om met dat verleden om te gaan, niet in een even kleinburgerlijke linksigheid vervallend, strevend naar inzicht en vooral, naar een persoonlijke, uitgepuurde vorm in zijn werk. En die vorm volgde ik, het silhouet van de lange zeeman in zijn getailleerde jas, langs een verbijsterende doolhof van spaarzaam als houtsneden weergegeven binnenplaatsen.

Leen Huet
Blog van Leen Huet

Meer informatie over
het Venetië van Corto Maltese (Nederlands)
het Huis van Corto Maltese (Italiaans)
drie originele Venetië-gidsen (Italiaans)

Geplaatst in Gastauteurs, Venetië | Getagd , , , , , , , | 1 reactie

Firenze en de steen van Dante

Firenze DomFirenze is de stad van Dante Alighieri. De grote Italiaanse dichter werd geboren in de Toscaanse hoofdstad in 1265. Hij werd gedoopt in het baptisterium, de doopkapel op het plein waar jaren later de monumentale dom zou verrijzen. Vlak bij die dom bevindt zich de steen van Dante. En iets verder ligt er… nóg een steen van Dante.

Het verhaal gaat dat de schrijver van de Goddelijke Komedie bijzonder geboeid was door de bouwwerken van de Basilica di Santa Maria del Fiore, kortweg de Duomo. Hij kuierde regelmatig naar het plein en had er zelfs een vaste stek: een grote, ruwe steen. Dat was zijn uitkijkpost, zijn “zitsteen” waar hij vaak zat te mijmeren of te discussiëren met werklieden en voorbijgangers.

Dante stond bekend voor zijn fenomenale geheugen. Op een dag kwam er iemand langs die dat toch eens wilde uittesten. Er ontspon zich een lang gesprek. Op het einde vroeg de man aan Dante, heel terloops, wat zijn lievelingskost was. “Een hardgekookt ei”, antwoordde de dichter. Een jaar ging voorbij. Opnieuw liep dezelfde man langs dezelfde plek, en weer trof hij Dante aan, in gedachten verzonken op zijn zitsteen. “Met wat?” was het enige wat de man vroeg. “Met zout”, antwoordde Dante, alsof er geen seconde verlopen was tussen de eerste en de tweede vraag.

Sasso 1Jaren na de dood van de dichter werd deze plek gemarkeerd met een steen: een blok marmer met de inscriptie “Sasso di Dante”, steen van Dante. Eerst lag de steen in het wegdek verzonken, maar later werd hij ingewerkt in de gevel van een huis op de Piazza del Duomo. En daar is hij vandaag nog altijd te bewonderen. Maar is deze mooie, glad gepolijste steen wel de echte steen van Dante? Volgens sommige Florentijnen alvast niet. Wie een eindje doorloopt, zal zien dat iets verder in een zijstraatje vlak bij de dom midden op het trottoir een grote, ruwe steen ligt. Er hangt zelfs een koperen plaatje op: “il vero sasso di Dante”, de echte steen van Dante! En zo komt het dat de grote dichter meer dan zeven eeuwen na zijn dood niet één maar twee zitstenen heeft.

Sasso 2De Toscaanse hoofdstad is bijzonder trots op haar beroemde dichter. En toch ligt Dante niet begraven in Firenze maar in Ravenna. Daar was hij terecht gekomen na een verbanning vanwege een politiek meningsverschil. Hij zou nooit meer terugkeren. En toch gaan ook vandaag nog veel mensen in de Santa Croce kerk in Firenze de graftombe van Dante bezichtigen, tussen de monumentale graven van andere grootheden zoals Michelangelo en Galileo Galilei.

Sinds 1325 stuurt het gemeentebestuur van Firenze elk jaar een kruik met olijfolie en een palmtak naar Ravenna met het plechtige verzoek om “onze grootste zoon” terug te geven. Al eeuwenlang zijn de bestuurders van Ravenna onvermurwbaar. De Florentijnen én de toeristen moeten zich tevreden stellen met zijn geboortehuis, een standbeeld, een Dante Alighieristraat, een steen van Dante, nog een steen van Dante… en een mooie maar lege graftombe.

Geplaatst in Italië van buiten, Toscane | Getagd , , , , , | 1 reactie