De meest muzikale, sensuele tuin van Italië

Villa d'Este 1bisTivoli ligt aan de rivier Aniene, een klein uurtje van het centrum van Rome. Het stadje is vooral bekend voor zijn historische monumenten. Vooral de Villa Adriana uit de 2de eeuw en de 16de-eeuwse Villa d’Este met de schitterende tuinen blijven verbazen. Die laatste inspireerden in de loop der eeuwen ook heel wat kunstenaars, van schilders tot componisten.

Villa d’Este werd gebouwd in 1550 voor kardinaal Ippolito d’Este, de zoon van Alfonso I d’Este en Lucrezia Borgia. Hij droomde ervan verkozen te worden tot paus. Helaas, het werd iemand anders. Als troostprijs kreeg de kardinaal een uitgestrekt stuk grond in Tivoli, waar hij een vorstelijk verblijf liet bouwen. Het interieur van zijn residentie werd rijkelijk versierd met fresco’s en reliëfs. Maar vooral de renaissancetuinen waren oogverblindend. En dat zijn ze vandaag nog steeds. Ze waren de inspiratiebron van veel tuinen in de late renaissance en de barok, tot en met de tuinen van Versailles.

Villa d'Este 2Villa d’Este is synoniem van magnifieke hagen, door cipressen omzoomde lanen en vooral een overvloed aan waterwerken, met overweldigende terrassen, cascades, vijvers, grotten, obelisken, adelaars, dolfijnen en fonteinen. Naast de Laan van de Honderd Fonteinen zijn er onder meer de Drakenfontein, de Uilenfontein, de Glasfontein en de Orgelfontein. Vanwege het sierlijke lijnenspel, de elegante watergordijnen en de prachtige beelden van Diana en andere godinnen werd deze tuin door enkele kenners ooit “de meest sensuele tuin van Italië” genoemd.

Vooral de enorme, door Bernini ontworpen Orgelfontein doet menige bezoeker stilvallen van verbazing. Dit is niet zomaar een fontein, dit is een waterorgel. Het onder de immense waterval verborgen muziekinstrument wordt aangedreven door het water dat samengeperste lucht in de orgelpijpen blaast. Er is alleen menselijke tussenkomst nodig om het orgel in en uit te schakelen. En zo wordt de argeloze bezoeker op regelmatige tijdstippen verrast door een kort maar krachtig waterorgelconcert.

Villa d'Este 3Ook de 19de-eeuwse componist Franz Liszt was danig onder de indruk van de tuinen. Hij verbleef regelmatig in Villa d’Este, op uitnodiging van de toenmalige eigenaar, kardinaal Gustav von Hohenlohe. De vele waterpartijen inspireerden hem tot verschillende composities, zoals Les jeux d’eaux à la Villa d’Este en Aux Cyprès de la Villa d’Este. Volgens officiële bronnen waren die muziekstukken een eerbetoon aan Gustav von Hohenlohe en hadden ze een duidelijk religieuze inslag. Volgens andere bronnen echter was de kardinaal helemaal niet zo religieus en zou hij zelfs een minnares hebben gehad… Zou Liszt haar gekend hebben? En zou hij zich mee door haar hebben laten inspireren toen hij zijn composities schreef? Kijk, luister en oordeel zelf:
Les jeux d’eaux à la Villa d’Este

Geplaatst in Italië van buiten, Rome | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

De 3.000 hoofden van Filippo Bentivegna

Castello Incantato 1Filippo Bentivegna was een van de vele Sicilianen die in het begin van de 20ste eeuw naar Amerika emigreerden. En hij was een van de weinige Sicilianen die na enkele jaren al terugkeerden. Filippo liep er een zwaar trauma op, waarna hij zich ontpopte tot een excentrieke kunstenaar. De drieduizend beelden in zijn tuin zijn hiervan de laatste getuigen.

Filippo Bentivegna wordt geboren in 1888 in een straatarm, kroostrijk gezin. Hij gaat nooit naar school en zal altijd analfabeet blijven. Na enkele jaren dienst als matroos vertrekt hij, net als veel andere gelukzoekers, naar Amerika. Hij werkt er als arbeider bij de aanleg van de grote spoorlijnen. Filippo wordt verliefd op een jonge vrouw, maar zijn avances worden niet geapprecieerd, vooral niet door een hardhandige liefdesrivaal. Hij raakt verwikkeld in een gevecht en moet rake klappen incasseren, met zware hoofdwonden als gevolg. Een trauma dat Filippo op zijn manier zal verwerken…

Castello Incantato 2Na zijn terugkeer in 1919 koopt hij een lap grond, op een heuvel net buiten zijn geboortestad Sciacca, in het zuidwesten van Sicilië. Daar woont hij de rest van zijn leven als vrijgezel in een eenkamerhuisje. Maar Filippo zit niet stil. Bijna 50 jaar lang werkt hij aan zijn “Castello Incantato”, zijn betoverd kasteel in zijn met stenen bezaaide tuin, tussen de amandel- en olijfbomen. Duizenden beelden hakt hij in de loop der jaren uit het gesteente. En als hij geen stenen meer vindt, bewerkt hij boomstronken. Zo omringt hij zich met duizenden rudimentair uitgewerkte mensenhoofden, meestal met gesloten ogen en soms met een pijnlijke grimas op het gelaat. Maar hij maakt ook enkele totems en fallussen. De hoofden kleurt hij meestal rood. Sommige hebben duidelijk de trekken van de roodhuiden die hij waarschijnlijk in Amerika heeft gezien. Een sleutelwerk is zijn “Chiave dell’Incanto”, de sleutel der betovering, in de vorm van een enorme fallus. Op de binnenmuren van zijn schamele woning tekent en schildert hij vooral torens en wolkenkrabbers, in een kinderlijke, naïeve stijl.

Filippo wordt door zijn stadsgenoten beschouwd als een excentrieke maar ongevaarlijke zonderling. In het beste geval noemen ze hem “Filippu di li testi”, Fillippo van de hoofden. Maar dat zint hem niet. Bezoekers die zijn “kasteel” willen betreden – wat zelden gebeurt – moeten hem aanspreken als “Sua Eccellenza”, Zijne Excellentie! Dan leidt hij hen rond door zijn domein, als een koning met een zelfgemaakte scepter in de hand. De vele hoofden om hem heen beschouwt hij als zijn onderdanen. De meesten hebben ook een naam: Dante, Garibaldi, Mussolini, Pirandello, Mazzini… Maar er zijn ook indianen en oosterlingen bij.

Castello Incantato 3Pas op het einde van zijn leven komt er enige interesse van kunstkenners. Enkele bezoekers willen zelfs een beeld kopen. Maar hij kent niets van kunst, zo zegt Filippo zelf, en hij denkt er niet aan zijn onderdanen te verkopen. Wanneer een journalist hem vraagt waarom hij niets anders doet dan stenen uit de grond halen om daar hoofden en fallussen van te maken, antwoordt de weinig spraakzame kunstenaar die geen kunstenaar is: “Ik zoek de grote oermoeder. Binnen in de aarde ligt het zaad van de mens.”

Filippo Bentivegna sterft in 1967, op 78-jarige leeftijd. Kort na zijn dood arriveert er een medewerker van de beroemde kunstenaar en kunsttheoreticus Jean Dubuffet. Via enkele verwanten van de overledene koopt hij twee hoofden, later gevolgd door nog meer werken. Ze komen via Dubuffet uiteindelijk terecht in de “Collection de l’Art Brut” van het museum van Lausanne, waar vooral werken van psychiatrische patiënten worden tentoongesteld.

Castello Incantato 4Na de dood van Bentivegna lag zijn betoverde tuin er jarenlang verwaarloosd bij. Duizenden beelden, vooral de meest erotische exemplaren, werden ontvreemd. Ze staan nu wellicht als ornamenten in allerlei tuinen of interieurs, of maken deel uit van geheime privécollecties. Uiteindelijk besloot de overheid het Castello Incantato om te vormen tot een openluchtmuseum. Er kwam een wandelpad en de resterende sculpturen werden stevig vastgemetseld. Van de naar schatting 20.000 beelden die Filippo Bentivegna in de loop van bijna een halve eeuw maakte, zijn er vandaag nog zo’n 3.000 over. Waartoe een liefdestrauma zoal leiden kan…

-

Film (21 min.) over het leven van Filippo Bentivegna.

Geplaatst in Sicilië | Getagd , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Moet er nog zout zijn?

Zoutwinning 1Windmolens worden vaak geassocieerd met de lage landen, of eventueel met het Spanje van Don Quichot. Ten onrechte. Ook in Italië, op Sicilië, zijn er windmolens. Alleen hebben ze niets te maken met graan of brood, maar wel met zout.

Wie de westkust van Sicilië wil verkennen, komt automatisch op de “Via del Sale”, de zoutweg. Naast deze weg, tussen Marsala en Trapani, liggen de witte bergen te schitteren in de zon. Vooral bij valavond, als de windmolens en vaak ook de wolken weerspiegeld worden in de waterbassins naast de zee, lijkt dit waterlandschap bijna een fata morgana. En dat is zo al eeuwen en eeuwen. De oudste sporen van de zoutwinning in deze streek dateren uit de tijd van de Feniciërs. Maar ook de Arabieren, die in de 9de en 10de eeuw heer en meester waren in het ruime gebied rond Marsala (letterlijk “haven van Allah”), zouden bekwame zoutwinners geweest zijn.

Zoutwinning 2Door het stabiele klimaat, de waterstanden en de constante wind die het water doet verdampen, is dit gebied ideaal voor de zoutwinning, ook vandaag nog. Meestal wordt er drie keer per jaar “geoogst”, in juli, augustus en september. Daarna, in oktober en november, krijgen de zoutbergen hun winterkleed. Dan worden ze afgedekt met pannen, zodat de regen er niet te veel vat op krijgt. Tussen de bassins staan nog enkele oude, mooi gerestaureerde windmolens. Zij waren eeuwen geleden, geholpen door de schroef van Archimedes, het enige instrument om het water weg te pompen, het zout te drogen en de grove korrels fijn te malen.

Meer naar Trapani toe ligt de “Riserva Naturale Salma di Trapani e Paceco”, een natuurreservaat waar meer dan honderdvijftig soorten vogels leven. Vooral de roze flamingo’s trekken veel kijklustigen. Weer iets verder ligt het kleine zoutmuseum. Daar verneem je alles over de kunst van het zoutwinnen. Veel bezoekers nemen hier, nadat ze een minizakje gearomatiseerd zout hebben gekocht, het bootje naar San Pantaleo, een eilandje dat vooral bekend is voor de oude Fenicische site Mozia en het archeologisch museum dat wordt beheerd door de Whitaker Foundation. Heel het eiland is trouwens eigendom van deze Engelse stichting, die ooit naam maakte met de beroemde Marsala-wijnen.

Zoutwinning 3Maar de hamvraag is natuurlijk: moet er nog zout zijn? Ambachtelijk geproduceerd zout? Voor de conservering van voedingsmiddelen bestaan er toch veel modernere, efficiëntere methodes. En voor het op smaak brengen van gerechten gebruiken we toch gewoon industrieel geproduceerd zout. De gids van het kleine zoutmuseum laat er geen twijfel over bestaan: de “saline” van het gebied tussen Marsala en Trapani leveren ambachtelijk gewonnen, kwalitatief hoogstaand zout dat rijk is aan oligo-elementen. Dat gaat van grote kristallen die ideaal zijn voor bijvoorbeeld focaccia tot fijner zout, eventueel gearomatiseerd met kappertjes, olijven of allerlei kruiden. Vooral de “fior di sale” wordt steeds meer geapprecieerd door de grote koks van de beste restaurants. Want het Siciliaanse zout is het beste ter wereld, beweert de trotse gids met grote stelligheid. De vraag is: moeten we dat nu wel of niet met een korreltje zout nemen?

Geplaatst in Sicilië | Getagd , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De wondertuin van Niki de Saint Phalle

Giardino dei Tarocchi 2In het Grand Palais in Parijs loopt nog tot februari 2015 een grote tentoonstelling met een selectie uit het oeuvre van de in 2002 overleden kunstenares Niki de Saint Phalle. Maar het grootste kunstwerk van deze beeldhouwster en radicale feministe is ongetwijfeld haar Giardino dei Tarocchi. Voor deze kleurrijke beeldentuin moet je naar het piepkleine Toscaanse Pescia Fiorentina, nabij Capalbio.

Catherine Marie-Agnès Fal de Saint Phalle, zoals ze voluit heette, werkte vaak samen met haar levenspartner Jean Tinguely. En dat deed ze ook voor dit gigantische project in Italië. Samen werkten ze ruim 15 jaar lang aan deze tuin, gebaseerd op een uitbeelding van de grote arcana, de 22 occulte kaarten van het tarotspel. Naar verluidt zou de kunstenares zich qua vormentaal geïnspireerd hebben op het Park Güell van Antoni Gaudi in Barcelona, maar ook op het fantastische Parco dei Mostri, het park van de monsters in Bomarzo. Toch draagt deze wonderlijke tarottuin, alleen al door zijn sprankelende kleuren en zijn bizarre vormen, het onmiskenbare stempel van de kunstenares. Ook de typische “nana’s” – zoals ze haar rondborstige, wulpse vrouwenfiguren zelf noemde – zijn weer van de partij.

Giardino dei Tarocchi 3De meeste sculpturen in dit park zijn meer dan levensgroot. Enkele zijn zelfs meer dan 20 meter hoog. In sommige beelden kun je naar binnen gaan en één ervan heeft zelfs een keuken, een slaapkamer en een badkamer. Alles is gemaakt van beton en kunststof, en afgewerkt met ontelbare stukjes natuursteen, keramiek, mozaïek, glas en spiegelglas. Miljoenen veelkleurige stukjes puzzelden de kunstenares en haar assistenten in elkaar.  De magiër, de keizerin, de geliefden, de kluizenaar, de duivel, de gehangene, de zon, de maan en natuurlijk de hogepriesteres, symbool van de vrouwelijke intuïtie waaraan de kunstenares erg gehecht was. Allemaal zijn ze present, omgeven door allerlei geheime formules, symbolen en teksten.

Giardino dei Tarocchi 1Niki de Saint Phalle was een zeer veelzijdige beeldhouwster met een heel eigen stijl. Ze schilderde ook, ontwierp juwelen zowel als interieurs, was actief als keramiste, maakte mozaïeken en schreef filmscenario’s. In de jaren 70-80 organiseerde ze samen met andere kunstenaars ook regelmatig happenings, in Frankrijk, Amerika, Italië… Volgens sommigen heeft deze mysterieuze tarottuin ook iets van een gestolde happening. De Giardino dei Tarocchi is en blijft alleszins een van de meest betoverende beeldentuinen van Italië.

Meer informatie op de officiële site van de Giardino dei Tarocchi.

Geplaatst in Italië van buiten, Toscane | Getagd , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Graffiti of geen graffiti?

Genua graffiti 1Overal in Italië zie je ze, langs spoorlijnen, op oude muren, op monumenten in historische centra. Veel Italianen, vooral jongeren, hebben blijkbaar de neiging om hun emoties te uiten met behulp van een arsenaal aan spuitbussen. Van misnoegdheid en woede tot onstuitbare liefde… Voor de overheid is het vechten tegen de bierkaai. Maar in Viterbo proberen ze het anders aan te pakken. Daar bedachten de leerlingen van een middelbare school zelf een campagne om te verhinderen dat de muren van hun school werden volgespoten. En toch: graffiti behoren tot de oudst bekende kunstvormen ter wereld.

Een graffito was oorspronkelijk een op muren of aardewerk gegrifte tekst of tekening. Al in de oudheid werden er stiekem graffiti gekrast op allerlei kunstwerken, van monumenten en beelden tot fresco’s. Bij de oude Grieken kon je een medeburger aanklagen door zijn naam op een potscherf te krassen en die aan het stadsbestuur te bezorgen. En in Rome werd een belangrijke graffito gevonden op de Palatijn. De tekening stelt een gekruisigde man met een ezelskop voor, met daaronder een spottende tekst. Ook in Pompeii werden talloze graffiti gevonden op de muren van de straten. Verzen van de Aeneis staan er naast namen van mannen die graag zouden verkozen worden en namen van vrouwen met minder eerbare bedoelingen.

Graffiti zijn blijkbaar van alle tijden. Veel mensen, vooral ouderen, ergeren zich eraan. Anderen vinden dat graffiti en vooral street art er vandaag bij horen en dat ze zelfs hedendaagse kunstvormen zijn, of op zijn minst een legitieme vorm van protest. Op een muur in Genua las ik onlangs nog “Scrivo perchè nessuno ascolta”. En dat is misschien wel de kern van het fenomeen: veel jongeren schrijven (en spuiten) op muren omdat ze het gevoel hebben dat niemand naar hen luistert!

Viterbo antigraffitiMaar hoe zit het nu in Viterbo? Daar vonden de leraren en de leerlingen van het Istituto Magistrale Santa Rosa begin dit jaar dat het toch wel de spuigaten uitliep. Ze wilden geen graffiti meer op de pas geverfde schoolmuren. Dus bedachten ze zelf een reeks creatieve antigraffitislogans. Die werden door het provinciebestuur op keurige bordjes gedrukt en aan de muren van de school bevestigd. Van “un sms costa meno di una bomboletta” (een sms kost minder dan een spuitbus) tot “Ti amo, ti amo, lo giuro… Non c’è bisogno che lo scrivo sul muro” (“Ik hou van jou, ik zweer het, dat hoef ik toch niet op een muur te schrijven”). De beste slagzin is misschien wel deze: “Nell’era del digitale scrivere sul muro non è normale” (“Alles is tegenwoordig digitaal, dus is op een muur schrijven niet normaal”). Normaal of niet normaal? Graffiti of geen graffiti? De tijd zal het uitwijzen…

Geplaatst in Italië van buiten | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Italy in a Day

Italy in a dayRai Cinema en Indiana Production Company, een Italiaanse multimedia-uitgeverij, lanceerden in 2013 een grootscheepse campagne om zo veel mogelijk Italianen aan te sporen om allemaal op een afgesproken dag, namelijk 26 oktober 2013, zichzelf of een stukje van hun eigen leven te filmen. Gabriele Salvatores, regisseur van de Oscar-winnende film Mediterraneo, ging de uitdaging aan om het ingezonden materiaal te verwerken tot een boeiende documentaire met de speelduur van een normale film.

Op 2 september 2014, morgen dus, wordt Italy in a Day voor het eerst vertoond op het Filmfestival van Venetië. De verwachtingen zijn hoog gespannen. De Italianen reageerden op de campagne met meer dan 44.000 video’s met in totaal 2200 beelden. 40 studenten van twee filmscholen in Milaan selecteerden 632 video’s onder leiding van twee monteurs.

Gabriele SalvatoresOp de vraag van een journalist van de krant La Repubblica wat hem het meest getroffen had in de inzendingen, antwoordde Gabriele Salvatores: “Het optimisme, de levenslust en de hoop van mijn landgenoten. We ontvingen geen enkele vulgaire, provocerende of boze video, iets waarover we stomverbaasd waren omdat we die in de huidige dramatische economische situatie van het land wel verwacht hadden. In plaats daarvan jonge mensen die vrijwillig oude mensen helpen, een chirurg die uitlegt hoe het opereren van kinderen in Marokko, Koerdistan en Irak in onvoorstelbare situaties zin in zijn leven brengt, een astronaut en een jongen die de oceaan oversteekt op een vlot en vertelt over zijn relatie met de zee, om maar enkele voorbeelden te noemen. Ik heb bewust gekozen voor emotionele momentopnames van de Italianen: hoe ze gezin, kinderen en vriendschap zelf beleven en ervaren. Wat ons vooral opviel, was het enorme aantal inzendingen uit de laagste lagen van de maatschappij, die er duidelijk behoefte aan hebben om hun stem te laten horen. Geen enkele manager stuurde ons een film op. Bijzonder teleurstellend daarentegen was de vaststelling dat cultuur, in al zijn vormen, totaal afwezig bleek te zijn. Geen enkele opname over kunst, muziek of literatuur. Dit is de prijs die we betalen voor twintig jaar politiek die dagelijks herhaalde dat cultuur geen brood op de plank brengt.”

“Italy in a Day” is de Italiaanse versie van “Life in a Day” geproduceerd door Ridley Scott met de regie van Kevin Macdonald (2010).

Tijdens de campagne om deelnemers te vinden, werd deze trailer gebruikt.

Italy in a Day heeft ook een eigen Facebook-pagina.

Geplaatst in Italië van binnen | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

Welkom in het Prinsdom Seborga

Chiesa di SeborgaBinnen de grenzen van Italië liggen officieel twee onafhankelijke ministaatjes: Vaticaanstad en San Marino. Maar als het van de inwoners van Seborga afhangt, zijn het er drie. Het amper 4 km² grote Seborga, tussen Ventimiglia en San Remo, is volgens hen een onafhankelijk prinsdom. En ze hebben een punt. Meer nog, ze hebben een prins, een paspoort, een vlag, een wapenschild, een volkslied en zelfs een eigen munt.

Het Prinsdom Seborga, in de noordwestpunt van Ligurië, heeft een bijzonder complexe geschiedenis die zou teruggaan tot de 3e eeuw voor Christus. Seborga was lang een onafhankelijke staat onder het gezag van de Tempeliers, werd vervolgens een cisterciënzerstaat en uiteindelijk een prinsdom. Maar in de 18e eeuw werd het verkocht aan Victor Amadeus II van Savoye, ook al bestaat van die verkoop geen enkel officieel document. In de 19e eeuw was het eens zo machtige Seborga gekrompen tot een onooglijk dorp waar niemand nog aandacht aan schonk, noch bij het ontstaan van het Italiaanse koninkrijk in 1861, noch bij de vorming van de republiek in 1946. Zelfs de Seborghini hadden er zich bij neergelegd dat ze Italianen waren geworden.

Alles veranderde in het begin van de jaren 1960. Een eenvoudige bloemenkweker, Giorgio Carbone, begon zich steeds meer te interesseren voor de geschiedenis van zijn geboortedorp. Met de hulp van enkele historici en juristen verdiepte hij zich jarenlang in allerlei oude documenten. Er was geen spoor te vinden van enig document waaruit zou blijken dat Seborga officieel deel zou uitmaken van Italië. Zijn besluit: Seborga was historisch en juridisch gezien nog altijd een onafhankelijk prinsdom. In 1963 schaarde de meerderheid van de bevolking van het dorp zich achter deze stelling en de koppige bloemenkweker werd op democratische wijze verkozen tot Giorgio I Carbone, prins van Seborga.

FrontieraIn de loop van de 20e eeuw werd langzaam maar zeker gewerkt aan de creatie van een eigen identiteit. Het herrezen prinsdom kreeg een eigen munt, gebaseerd op de oudste teruggevonden munt van Seborga uit 1667: de luigino. Verder kwamen er ook een vlag, een wapenschild, een wapenspreuk, postzegels, een volkslied, een autonummerplaat, grenswachters en natuurlijk ook een paspoort. Op 20 augustus 1996 – exact 18 jaar geleden – besloot Giorgio I Carbone, bijgestaan door zijn Consiglio della Corona (de Kroonraad), plechtig de onafhankelijkheid van het Prinsdom Seborga uit te roepen. Hij werd door de Italiaanse regering, net als door alle andere Europese regeringen… plechtig genegeerd.

Giorgio I Carbone, de eerste democratisch verkozen prins ter wereld, overleed in 2009. Voor de opvolging doken er twee kandidaten op en op 25 april 2010 werd de 36-jarige Marcello Menegatto, een lokale bouwondernemer en watersportkampioen, door de dorpelingen verkozen tot nieuwe prins. Marcello I zet het beleid van zijn voorganger voort, met veel Italiaanse zin voor theater en… Seborgaans gevoel voor ironie. Hij doet dat overigens in optimale verstandhouding met de burgemeester van het dorp en met de Italiaanse regering, ook al weigert die het prinsdom te erkennen.

Waarom de Seborghini zo koppig blijven volhouden, tegen beter weten in? Het antwoord staat klaar en duidelijk te lezen op de uitgebreide, zeer verzorgde website van Il Principato di Seborga: Perché siamo indipendenti? Perché non abbiamo mai cessato di esserlo! – Waarom zijn we onafhankelijk? Omdat we nooit zijn opgehouden onafhankelijk te zijn!

Passaporto di SeborgaHet 360 inwoners tellende dorp-prinsdom is bijzonder mooi gelegen, hoog in de heuvels, met een weids uitzicht op de Ligurische Zee. Het heeft een schattig kerkje, een museum van oude muziekinstrumenten, een muntmuseum en enkele winkels en restaurants waar je zowel met euro’s als met luigini, de lokale munt, kunt betalen. In het kleine informatiecentrum aan de ingang van het dorp kun je behalve luigini ook prinselijke parfums, T-shirts, postzegels en zelfs een paspoort van het prinsdom kopen. In vijf minuten zijn de formaliteiten vervuld en meteen ben je de bezitter van een prachtig paspoort vol stempels, eigenhandig ondertekend door Il Principe Marcello I. Ik heb alvast de stap gezet: ik ben sinds kort zowel Belg als officieel staatsburger van het onafhankelijke Prinsdom Seborga.

Meer informatie:
Italiaanse website van het Prinsdom Seborga.
Engelse website van het Prinsdom Seborga.
Italiaanse website van de gemeente Seborga.
Korte film (3 min.) over het Prinsdom Seborga.

Geplaatst in Italië van buiten, Ligurië | Getagd , , , , , , | Een reactie plaatsen

Een donker maar rijkgeschakeerd fresco

Ine RooxDit is geen blinde liefdesverklaring aan Italië.” Zo begint Ine Roox haar boek “Italië. De schaduwkant van een zonovergoten land”. Daarmee is meteen de toon gezet. Politiek, cultuur, religie, emigratie, racisme, voetbal, geloof, bijgeloof, vrouwenmishandeling, maffia… Het komt allemaal aan bod in deze 340 badzijden tellende kanjer. En toch zit er, naast een gezonde dosis kritische zin, ook veel liefde in dit boek. Of is het passie?

Ine Roox studeerde vertaalkunde, journalistiek en Italiaanse taal- en letterkunde in Antwerpen en Padua. Ze schrijft al jaren Italië-artikels voor De Standaard en werkte een en ander nu wat grondiger uit, gespreid over 15 hoofdstukken met veelzeggende titels zoals “In de ban van de sterke man“, “Is het prachtige Italië een oud en nutteloos land?” en “Maffiosi zijn toch ook een beetje cool?“. Voor alle veiligheid: het antwoord op die laatste vraag is “nee, ze zijn absoluut niet cool.” Want wie iets anders durft te beweren, krijgt het gegarandeerd met Ine aan de stok!

“Italië. De schaduwkant van een zonovergoten land” is een vlot geschreven, genuanceerd werkstuk, zoals er maar zelden een verschijnt over “il bel paese”. Met een aanstekelijk enthousiasme analyseert – ik zou bijna zeggen “fileert” – Ine Roox haar “emotionele vaderland“, zoals ze het zelf noemt. Ze is niet mals voor wat er allemaal misloopt, maar ze besteedt ook aandacht aan de positieve ontwikkelingen, zoals de slow food-beweging, het wijntoerisme als wapen tegen de maffia, de ecodorpen en andere sociale bewegingen. Haar boek mag dan wel “geen blinde liefdesverklaring” zijn – meno male! – Italië blijft haar aantrekken en afstoten, ontroeren en irriteren. Of zoals ze zelf schrijft: Nella vita ci sono tanti amori, ma c’è solo una passione.

Dit boek haalt zijn kracht vooral uit de scherpe analyses, maar ook uit de goed gedoseerde achtergrondinformatie over de belangrijkste protagonisten in de recente Italiaanse geschiedenis, van de fascistische dictator Mussolini via “flapdrol” Berlusconi tot de nieuwe superman Matteo Renzi, zonder de schreeuwerige populist Beppe Grillo te vergeten… Maar zeker even belangrijk zijn de gesprekken die de journaliste had met kritische journalisten, moedige schrijvers en gedreven antimaffiamagistraten. Ook zij hebben ertoe bijgedragen dat dit boek een rijkgeschakeerd fresco is geworden van een rijkgeschakeerd land waarover veel te veel mensen veel te weinig weten.

-

Italië – De schaduwkant van een zonovergoten land, De Bezige Bij, Antwerpen, 2014.

Geplaatst in Italië van buiten | Getagd , , , , | Een reactie plaatsen

De magische pleintjes van Genua

Piazzetta CarmineGenua, de hoofdstad van Ligurië, trekt lang niet zoveel toeristen als Rome, Firenze of Venetië. En misschien is dat maar goed ook. Een té groot aantal “indringers” zou het karakter van deze fascinerende stad wel eens kunnen aantasten. Toch gaat het aantal bezoekers uit Nederland en Vlaanderen in stijgende lijn. Wellicht is La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer daar niet vreemd aan. Deze superbe roman, bekroond met de Libris Literatuurprijs 2014, is een regelrechte ode aan de verbeelding, maar ook aan “het andere Genua”.

Het echte hart van Genua klopt in het Centro Storico, te beginnen bij de smalle straatjes vlak bij de haven. Zij zijn het domein van de Afrikanen, Marokkanen en andere migranten die hier een nieuw leven trachten op te bouwen, vooral met de verkoop van uitheemse voedingsmiddelen, specerijen, snuisterijen, zonnebrillen en paraplu’s… De wijk Maddalena, enkele straten verder, is dan weer het terrein van de hoertjes en de transseksuelen. Ook zij horen erbij.

Genua heeft weinig grote pleinen. Weinig majestueuze piazza’s. Geen oogverblindende tempels of kathedralen. Maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door het labyrint van donkere, maar vaak ook kleurige steegjes en verrassend rustige pleintjes, met hier en daar wat bars en restaurantjes. “Daar zijn van dat soort pleintjes,” schrijft Ilja Leonard Pfeijffer, “zoals Piazza della Lepre, Piazza delle Oche en Piazza della Posta Vecchia, pleintjes zo groot als een parkeerplaats, die zich elke nacht op mysterieuze wijze op een andere plek bevinden. Daar zijn barretjes, maar ook die verwisselen van plaats. De kunst is om de straatjes te betrappen tijdens hun nachtelijke verschuivingen. Maar het gebeurt onhoorbaar en heel snel. Of juist heel langzaam. Dat weet ik nog steeds niet.”

Amor perfettoEn er zijn nog zoveel andere verborgen pleintjes, trappenstraatjes en steegjes met prachtige namen zoals Campo Pisano, Vico Amandorla, Vico della Rosa, Vico Dietro Il Coro Della Maddalena… of Piazza dello Amor Perfetto. Aan dit “plein van de perfecte liefde” is – zoals dat hoort – een mooi verhaal verbonden. De Franse koning Lodewijk XII zou hier in 1502 op bezoek geweest zijn bij enkele edellieden. Hij kreeg een groots feestmaal aangeboden en werd meteen stapelverliefd op de toevallig passerende Tommasina. De liefde was wederzijds. Helaas, Lodewijk XII moest dringend terug naar Frankrijk en Tommasina bleef achter met een gebroken hart.  Toen de koning uiteindelijk naar Genua terugkeerde, vernam hij dat zijn grote liefde gestorven was van verdriet. Hij keek uit het raam van haar kamer en sprak de onsterfelijke woorden: “Het had een perfecte liefde kunnen zijn.” En zo werd het piepkleine pleintje omgedoopt tot “Piazza dello Amor Perfetto”.

Graffiti Piazza RossaEen ander bijzonder plein is de Piazza San Bartolomeo dell’Olivella, dat ooit ook de Piazza Rossa (het Rode Plein) werd genoemd. Wie het zoekt, zal het niet vinden. Wie het niet zoekt… Op dit onooglijke pleintje is zo op het eerste gezicht niets te zien, niets te horen. Geen bars of terrasjes. Geen stadsgeluiden. Toch moet er onlangs een of ander feestje geweest zijn. Er hangen nog wat vlaggetjes en aan een afbrokkelende muur hangen bloembakjes, gemaakt van plastic flessen, versierd met kleurige linten. Er was ooit een klein klooster, maar de monniken zijn al lang verdwenen, net als de ambachtslieden die in deze wijk hun werkplaatsen hadden. Velen zijn geëmigreerd naar Amerika. Ook de revolutionairen van de Rode Brigades die zich hier in de turbulente jaren 60-70 verscholen, hebben “het Rode Plein” al lang verlaten. Alleen de graffiti die ze achterlieten, zijn na al die jaren nog altijd duidelijk leesbaar.

“Piazza San Bartolomeo dell’Olivella of Piazza dell’Olivella of Piazza Rossa of hoe je het ook wilt noemen is een magisch pleintje,” lees ik in een tekst die tegen een muur hangt. “Dit is een plek van afscheid nemen“, maar het is ook “een plek van samen zijn“. Want soms, heel onverwachts, zo gaat de tekst verder, verschijnen er plots tafels en stoelen op het pleintje. Zomaar uit het niets. Allemaal verschillende stoelen. Spontaan komen uit de omringende straatjes en steegjes allerlei mensen te voorschijn, met eten en drinken. Jong en oud, arm en rijk, blank en zwart. Ze eten, ze drinken, ze praten met elkaar… “En de kleuren van hun gedachten en de diepten van hun twijfels zijn van geen enkel belang.”

Geplaatst in Italië van buiten, Ligurië | Getagd , , , , , , | Een reactie plaatsen

Horentjes of pepertjes?

Napoli corni“Bijgelovig? Ik? Nee hoor, dat brengt ongeluk.” Het is een klassieker die mijn Italiaanse vrienden best grappig vinden, hoe bijgelovig ze ook zijn. Dat het vandaag vrijdag de 13de is, daar malen ze dan weer niet om. Vrijdag de 17de daarentegen brengt groot onheil! En dat onheil proberen ze af te wenden met behulp van… kleine rode horentjes.

Je ziet ze vaak hangen in allerlei winkeltjes en op markten in Napels en andere Zuid-Italiaanse steden en dorpen. De felrode horentjes in allerlei varianten en formaten worden verkocht als een soort geluksbrenger, verwerkt in halssnoeren en andere juwelen, als sleutelhangers of gewoon om op de kast te zetten. Sommige exemplaren zijn zo mooi gedraaid dat ze wat lijken op mini-antilopenhorens. Soms zijn ze zelfs gemaakt van kostbare materialen zoals koraal, goud of zilver. Vaak worden ze ook cadeau gegeven bij de geboorte van een kind.

Wat is nu de oorsprong van die rode “corno contro il malocchio“? Rood is in Italië doorgaans een gelukskleur. En dierenhorens werden al door de Grieken en de Romeinen gebruikt om het kwaad te bezweren. Ook het aloude maar nog zeer vaak gebruikte malocchio-gebaar – de naar de grond gerichte hand met gestrekte wijsvinger en pink – is niet meer dan een stilering van twee horens waarmee men het “kwade oog” probeert af te weren. Soms hebben die rode hangertjes ook effectief de vorm van een handje dat hetzelfde gebaar maakt.

CornettiDe gewoonte om zo’n “cornicello” of “manina” even aan te raken als bescherming tegen gevaar of ongeluk is waarschijnlijk al erg oud. Horens waren voor heel wat dieren ook echte wapens. Volgens bepaalde onderzoekers zou alles terug te brengen zijn tot de fallusvorm, het symbool van de seksuele kracht van dieren, maar ook van de natuurkrachten, vruchtbaarheid en overvloed. Alleen de Napolitaanse groentenverkoper aan het kraam vlak naast de verkoper van horentjes en andere snuisterijen houdt er een heel eigen mening op na: “Horens? Wat een onzin! Oorspronkelijk waren het gewoon pepertjes,” declameert hij, wijzend naar zijn felrode peperoncini. “Ik verkoop ze nog elke dag. Die van mij kun je tenminste gebruiken in de keuken én ze beschermen je tegen ongeluk. Ze zijn zo pikant dat de duivel ervoor op de vlucht slaat.”

Geplaatst in Italië van buiten, Napels | Getagd , , , , , , , | Een reactie plaatsen