Everzwijnen, stekelvarkens en stinkdieren

EverzwijnRome zijn Trevi-fontein heeft waar je een muntje in gooit, zo heeft Firenze zijn everzwijnfontein. De toeristen staan vaak aan te schuiven op de Piazza del Mercato Nuovo om een geldstuk op de tong van het everzwijn te leggen. Het is de bedoeling dat je de snuit van “il porcellino” zachtjes streelt en er zo voor zorgt dat het muntje in het roostertje onder het beeld valt. Lukt dat, dan heb je geluk en ben je zeker dat je nog ooit terugkeert naar Firenze.

Dit bronzen beeld van Pietro Tacca dateert uit de 17e eeuw en zou een kopie zijn van een 1e-eeuws Romeins beeld. Van Tacca’s “zwijntje” staat trouwens ook een kopie in de Zoo van… Antwerpen.

Everzwijnen zijn in Toscane natuurlijk dagelijkse kost, letterlijk en figuurlijk! Als je echte wilde evers wil zien, trek je het best naar het zuiden van Toscane, naar de uitlopers van de 1732 m hoge Monte Amiata. In de bossen rond Santa Fiore, Abbadia San Salvatore en Arcidosso tref je trouwens niet alleen everzwijnen aan, maar ook heel wat stekelvarkens en soms een stinkdier.

Everzwijnen krijg ik heel vaak te zien, vooral ’s avonds, maar ook gewoon midden op de dag. Op een keer reed ik op de kronkelweg van Salaiola naar de hoofdweg en zag ik net in de laatste bocht een hele kudde everzwijnen die mijn richting uit aan het hollen waren, op zijn minst een stuk of twintig. Ik was verbouwereerd, maar zij nog meer. De hele kudde maakte rechtsomkeer om weer in het bos te verdwijnen, maar het duurde een hele tijd voordat het laatste zwijn verdwenen was.

Een vriend van mij die hier twee weken logeerde en elke avond op een plaats ging staan waar wij om de haverklap everzwijnen zien, kreeg er helaas geen te zien. Terwijl hij in het vliegtuig zat naar België, kreeg ik telefoon van een oudere dame in haar buitenverblijf in ons kastanjebos. Of ik iets kon komen doen tegen die everzwijnen in haar tuin want ze bleven gewoon snuffelen in het gras ondanks haar pogingen om ze te verjagen met pannendeksels!

Stekelvarkens zijn geen egels, als u zich dat zat af te vragen. Ze zijn véél groter, groter dan een haas bijvoorbeeld. Ze waggelen heel grappig over de weg als ze niet weten dat iemand hen ziet. Maar als ze gevaar voelen, zetten ze hun lange stekels wijd open. Die stekels vindt een wandelaar hier dan wel eens op zijn pad.

Stinkdieren, of liever bunzings, behoren tot de marterachtigen. Een fervente wandelaar heeft mij verteld dat hij soms hun uitwerpselen en sporen aantreft. Het zijn erg schichtige dieren die zich zelden laten zien; ik heb het genoegen nog nooit gehad. Maar ik kan ze af en toe wél ruiken. En dat volstaat ruimschoots!

Over Frauke G.Joris

Vertaler en tekstschrijver Italiaans - Nederlands
Dit bericht is geplaatst in Italië van binnen, Toscane en getagd , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>