Italiaans: één taal, zesduizend dialecten

Uit recente studies blijkt dat het Italiaans ongeveer 6000 dialecten telt. Daarbij komt dat de meeste Italianen doorgaans erg vlug spreken en dat allemaal nog eens ondersteunen en aanvullen met typische gebaren, niet alleen met hun handen maar ook met hun hoofd.

Mijn eerste baan in Rome was meteen het meest intensieve taalbad dat je je kunt voorstellen. Ik moest met taxichauffeurs praten in Milaan en met automonteurs in de verste uithoeken van Calabrië. Medische hulp organiseren voor mensen in Venetië en in godvergeten plaatsjes in Sicilië, naast noodovernachtingen voor buitenlanders midden in de Alpen of in de hak van de laars. Water en bloed heb ik gezweet, maar na enkele maanden kon ik bijna iedereen aan de telefoon begrijpen.

Met één persoon praten, is echter één ding, deelnemen aan een groepsgesprek een ander. Toeristen die Italianen zien tafelen in een of ander restaurant denken soms: “Wat zijn die Italianen toch gezellige mensen!” In werkelijkheid doen ze precies wat in andere landen onbeleefd is: ze praten gewoon door elkaar. En dat moet steeds luider, als ze zich verstaanbaar willen maken. Ze hebben totaal geen last van dat door elkaar praten. Ik wel. Hoe lawaaierig en rommelig het tafelgesprek ook is, het hele gezelschap barst eenstemmig in lachen uit als eentje ergens een grapje maakt… dat mij steevast volkomen ontgaat. Wat dan weer een nieuwe aanleiding tot lachen is…

Hun zin voor humor kan ook voor problemen zorgen. Omdat ze groepjes vormen die van kindsbeen af ontstaan zijn en graag grapjes over andermans zwakke kanten maken, gaat er veel aan de neus van buitenstaanders voorbij. Maar hun vrolijkheid is aanstekelijk, net zoals hun gebarentaal die, als je eraan went, boekdelen spreekt!

Zesentwintig jaar woon ik nu al in Italië. Ik heb twee kinderen in het Italiaans opgevoed. Ik schrijf in het Italiaans en kan nu net zo goed kletsen als zij. Behalve mijn kinderen vergeten de mensen rondom mij gewoon dat Italiaans niet mijn moedertaal is. Maar ik mag zo trots zijn als ik wil, in het koor waarin ik zing, ben ik weer helemaal “de buitenlandse”. Onze dirigent heeft een voorliefde voor de razendsnelle Italiaanse hits uit de jaren vijftig die ik op geen enkele manier net zo snel uitgesproken krijg als dat moet. Tot groot jolijt van mijn kompanen struikelt mijn tong ook over de woorden van enkele oude volksliedjes uit Toscane.

Maar we zingen ook diverse liedjes in andere talen. Dat is het moment waarop ik wraak neem! Want er zijn maar héél weinig Italianen die vlot overweg kunnen met Engelse, Duitse of Franse teksten. En ze doen ook niet echt veel moeite. “Wij kunnen in ons eigen land op vakantie gaan” zeggen ze, “waarom zouden we dan andere talen moeten leren?”. Gelukkig denken de jongere generaties daar anders over!

In onderstaand “spotje” proberen Massimo Troisi (uit Napels) en Roberto Benigni (Toscane), elk in zijn eigen dialect en met de nodige gebaren, zich door vrouwen op te laten bellen voor een afspraakje.

Over Frauke G.Joris

Vertaler en tekstschrijver Italiaans - Nederlands
Dit bericht is geplaatst in Italië van binnen en getagd , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>