Met de pastoor in bed

Corale G.Verdi di Arcidosso in NaumburgHet cliché dat Italianen alleen hun eigen eten lekker vinden, is geen cliché. Reizende Italianen die alles proeven wat hen voorgeschoteld wordt, vormen doodgewoon de minderheid. Toen we enkele zomers geleden met het koor van Arcidosso naar het Duitse Naumburg reisden, wisten mijn Toscaanse vrienden dat ze een hele week lang geen Italiaanse koffie zouden drinken en het zonder pasta moesten stellen. Toch sloeg de eerste kop echte Duitse koffie hen met verbijstering.

Meteen na die eerste “ondrinkbare” koffie gingen we het stadje verkennen. Ik denk dat elke stadsgids het wel meemaakt. Je moet de stadsmonumenten laten zien, maar de groep buitenlanders vergaapt zich aan alles wat voor jou als “inlandse” gids doodgewoon is. In Naumburg verkeken de Italianen zich niet aan de indrukwekkende romaanse Dom, maar wel aan de worstenstalletjes, de fietspaden en de bloemen- en schoenwinkels (!). Maar het mooist vonden ze de talrijke, met kleurrijke gordijntjes en decoraties versierde ramen van de gewone burgerhuizen.

Wie al in Toscane is geweest, weet dat de oudere huizen hier maar enkele, vrij kleine ramen hebben. Het stoort toeristen soms dat het in de mooi gerestaureerde oude boerderijen waarin ze logeren donker is. Mijn eigen huis heeft bijvoorbeeld aan de zuidkant ramen met luiken aan de buitenkant. De zuidenwind, al dan niet met regen, is hier de schadelijkste van allemaal. Daarom schermen luiken de ramen aan die kant af. En omdat ook de zon daar urenlang hels heet is, houden diezelfde luiken ook de hitte buiten. Aan de andere kant van het huis zitten er dan weer alleen maar luiken aan de binnenkant van de ramen, “scuri” die het maanlicht buiten moeten houden.

Het huis staat dwars op het noordwesten. De Toscanen zeggen in dit geval dat het “appoventata” gebouwd is, “beschermd tegen de wind”. Terwijl in het berggebied van de Amiata de bossen nog enigszins bescherming tegen weer en wind bieden, krijgen de landhuizen in de Val d’Orcia en bovenop de heuvels van die vallei de volle lading regen, kou, wind en zon. Vandaar hun dikke muren en maar enkele, strategisch geplaatste en met luiken beschermde ramen.

prete toscanoEeuwenlang hadden de Italianen alleen hout en houtskool om zich te verwarmen. Op elke bosrijke plaats van Toscane had elk huis dus één grote open haard waaraan het hele huisgezin zich kon (moest!) verwarmen. De slaapkamers bleven onverwarmd en in de Amiata dus steenkoud. Als het bedtijd was, vulden de mensen een blikken pot met brandende sintels. Die hingen ze in een houten raamwerk dat ze aan het voeteinde van het bed onder de dekens plaatsten. Dat die hete pot vaak het hele bed in vuur en vlam zette, kunt u zich wel voorstellen. Waarom ze die bedverwarming “prete” – pastoor – noemden, waarschijnlijk ook.

Italian Windows - Joris WoutersIntussen draaien bijna alle verwarmingen in Italië op gas. Toch blijft het grapje dat het weer is om “met de pastoor in bed te kruipen” in de Amiata weerklinken. En ook al konden mijn Italiaanse stadsgenoten het niet laten om allerlei typisch Duitse raamdecoraties uit Naumburg mee te nemen, verkiezen ze voor hun eigen huizen nog steeds maar enkele, niet te grote ramen, liefst met luiken en zonder gordijnen.

Over Frauke G.Joris

Vertaler en tekstschrijver Italiaans - Nederlands
Dit bericht is geplaatst in Italië van binnen, Toscane en getagd , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>