Hoorntjes of pepertjes?

Napoli corni“Bijgelovig? Ik? Nee hoor, dat brengt ongeluk.” Het is een klassieker die mijn Italiaanse vrienden best grappig vinden, hoe bijgelovig ze ook zijn. Dat het vandaag vrijdag de 13de is, daar malen ze dan weer niet om. Vrijdag de 17de daarentegen brengt groot onheil! En dat onheil proberen ze af te wenden met behulp van… kleine rode hoorntjes.

Je ziet ze vaak hangen in allerlei winkeltjes en op markten in Napels en andere Zuid-Italiaanse steden en dorpen. De felrode hoorntjes in allerlei varianten en formaten worden verkocht als een soort geluksbrenger, verwerkt in halssnoeren en andere juwelen, als sleutelhangers of gewoon om op de kast te zetten. Sommige exemplaren zijn zo mooi gedraaid dat ze wat lijken op mini-antilopenhoorns. Soms zijn ze zelfs gemaakt van kostbare materialen zoals koraal, goud of zilver. Vaak worden ze ook cadeau gegeven bij de geboorte van een kind.

Wat is nu de oorsprong van die rode “corno contro il malocchio“? Rood is in Italië doorgaans een gelukskleur. En dierenhoorns werden al door de Grieken en de Romeinen gebruikt om het kwaad te bezweren. Ook het aloude maar nog zeer vaak gebruikte malocchio-gebaar – de naar de grond gerichte hand met gestrekte wijsvinger en pink – is niet meer dan een stilering van twee hoorns waarmee men het “kwade oog” probeert af te weren. Soms hebben die rode hangertjes ook effectief de vorm van een handje dat hetzelfde gebaar maakt.

CornettiDe gewoonte om zo’n “cornicello” of “manina” even aan te raken als bescherming tegen gevaar of ongeluk is waarschijnlijk al erg oud. Hoorns waren voor heel wat dieren ook echte wapens. Volgens bepaalde onderzoekers zou alles terug te brengen zijn tot de fallusvorm, het symbool van de seksuele kracht van dieren, maar ook van de natuurkrachten, vruchtbaarheid en overvloed. Alleen de Napolitaanse groentenverkoper aan het kraam vlak naast de verkoper van hoorntjes en andere snuisterijen houdt er een heel eigen mening op na: “Hoorns? Wat een onzin! Oorspronkelijk waren het gewoon pepertjes,” declameert hij, wijzend naar zijn felrode peperoncini. “Ik verkoop ze nog elke dag. Die van mij kun je tenminste gebruiken in de keuken én ze beschermen je tegen ongeluk. Ze zijn zo pikant dat de duivel ervoor op de vlucht slaat.”

Dit bericht is geplaatst in Italië van buiten, Napels en getagd , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>