Moet er nog zout zijn?

Zoutwinning 1Windmolens worden vaak geassocieerd met de lage landen, of eventueel met het Spanje van Don Quichot. Ten onrechte. Ook in Italië, op Sicilië, zijn er windmolens. Alleen hebben ze niets te maken met graan of brood, maar wel met zout.

Wie de westkust van Sicilië wil verkennen, komt automatisch op de “Via del Sale”, de zoutweg. Naast deze weg, tussen Marsala en Trapani, liggen de witte bergen te schitteren in de zon. Vooral bij valavond, als de windmolens en vaak ook de wolken weerspiegeld worden in de waterbassins naast de zee, lijkt dit waterlandschap bijna een fata morgana. En dat is zo al eeuwen en eeuwen. De oudste sporen van de zoutwinning in deze streek dateren uit de tijd van de Feniciërs. Maar ook de Arabieren, die in de 9de en 10de eeuw heer en meester waren in het ruime gebied rond Marsala (letterlijk “haven van Allah”), zouden bekwame zoutwinners geweest zijn.

Zoutwinning 2Door het stabiele klimaat, de waterstanden en de constante wind die het water doet verdampen, is dit gebied ideaal voor de zoutwinning, ook vandaag nog. Meestal wordt er drie keer per jaar “geoogst”, in juli, augustus en september. Daarna, in oktober en november, krijgen de zoutbergen hun winterkleed. Dan worden ze afgedekt met pannen, zodat de regen er niet te veel vat op krijgt. Tussen de bassins staan nog enkele oude, mooi gerestaureerde windmolens. Zij waren eeuwen geleden, geholpen door de schroef van Archimedes, het enige instrument om het water weg te pompen, het zout te drogen en de grove korrels fijn te malen.

Meer naar Trapani toe ligt de “Riserva Naturale Salma di Trapani e Paceco”, een natuurreservaat waar meer dan honderdvijftig soorten vogels leven. Vooral de roze flamingo’s trekken veel kijklustigen. Weer iets verder ligt het kleine zoutmuseum. Daar verneem je alles over de kunst van het zoutwinnen. Veel bezoekers nemen hier, nadat ze een minizakje gearomatiseerd zout hebben gekocht, het bootje naar San Pantaleo, een eilandje dat vooral bekend is voor de oude Fenicische site Mozia en het archeologisch museum dat wordt beheerd door de Whitaker Foundation. Heel het eiland is trouwens eigendom van deze Engelse stichting, die ooit naam maakte met de beroemde Marsala-wijnen.

Zoutwinning 3Maar de hamvraag is natuurlijk: moet er nog zout zijn? Ambachtelijk geproduceerd zout? Voor de conservering van voedingsmiddelen bestaan er toch veel modernere, efficiëntere methodes. En voor het op smaak brengen van gerechten gebruiken we toch gewoon industrieel geproduceerd zout. De gids van het kleine zoutmuseum laat er geen twijfel over bestaan: de “saline” van het gebied tussen Marsala en Trapani leveren ambachtelijk gewonnen, kwalitatief hoogstaand zout dat rijk is aan oligo-elementen. Dat gaat van grote kristallen die ideaal zijn voor bijvoorbeeld focaccia tot fijner zout, eventueel gearomatiseerd met kappertjes, olijven of allerlei kruiden. Vooral de “fior di sale” wordt steeds meer geapprecieerd door de grote koks van de beste restaurants. Want het Siciliaanse zout is het beste ter wereld, beweert de trotse gids met grote stelligheid. De vraag is: moeten we dat nu wel of niet met een korreltje zout nemen?

Dit bericht is geplaatst in Sicilië en getagd , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>