Calcata, beschermd door katten en kunstenaars

Calcata 1Aan middeleeuwse dorpen en steden is er in Italië geen gebrek. Maar Calcata, zo’n 50 kilometer ten noorden van Rome, is toch een geval apart. En dat heeft alles te maken met de voorhuid van Christus én met de volharding van een groepje hippies en kunstenaars, niet alleen Italianen maar ook Nederlanders en Belgen.

Calcata ligt midden in een beschermd natuurgebied, hoog boven de Treja, een zijrivier van de Tiber. Natuur en architectuur vormen één geheel. De rotsen, de wanden van de burcht en de muren van de huizen… Alles is hier van tufsteen.  Eeuwenlang ging het leven in dit arendsnest zijn gezapige gangetje, op het ritme van de hennepteelt en de draaiende spinnewielen. Tot in de jaren 80 was er zelfs geen elektriciteit, geen waterleiding.

Calcata 2Maar wat maakt Calcata nu zo bijzonder? Nadat de overheid in de jaren 60-70 de boodschap had verspreid dat de eeuwenoude huizen onhygiënisch en onveilig waren, en dat het dorp zou worden afgebroken, gaven de inwoners zich gewonnen en verhuisden ze geleidelijk naar het verderop gelegen Calcata Nuova. Uiteindelijk waren alle huizen verlaten en leek het dorp klaar voor de sloop. Officieel bestond Calcata niet meer. Maar dat was buiten de waard gerekend, in dit geval een groepje enthousiaste creatievelingen die hier maar al te graag wilden wonen en het vervallen dorp onder hun bescherming namen. Al kan het feit dat Calcata nog altijd bestaat natuurlijk ook te danken zijn aan Sint-Cornelius en Sint-Ciprianus, de twee beschermheiligen van de dorpskerk, waar een zeer bijzondere relikwie werd bewaard: een stukje van… de voorhuid van Christus.

Calcata 8Nu zijn er wel meer Italiaanse steden en dorpen waar de pastoor beweert een stukje van dat heilige kleinood in zijn kerk te bewaren. Volgens historici zou het doosje met het stukje voorhuid waar Calcata zich op beroemt, in de 16e eeuw gestolen zijn uit de kerk van Sint-Jan van Lateranen in Rome en daarna door de dief verborgen in een grot in Calcata, om uiteindelijk in het kerkje te belanden. Meteen werden er allerlei bovennatuurlijke verschijnselen aan toegeschreven, met als gevolg dat de inwoners van Calcata hun schat nooit hebben willen teruggeven. Tot de relikwie eeuwen later, in 1984, opnieuw werd gestolen… Ze is nog altijd spoorloos.

Feit is dat het groepje artiesten en ambachtslieden, na een jarenlange strijd tegen een ongeïnteresseerde overheid, erin geslaagd is het oude Calcata weer levensvatbaar te maken. Ze knapten de bouwvallige huizen eigenhandig op, ieder in zijn eigen stijl maar met respect voor de eigenheid van het dorp. Toch blijft er nog heel wat werk aan de winkel. Maar in dit middeleeuwse dorp gaat alles nu eenmaal traag, ook vandaag. Pas in de jaren 90 kregen de nieuwe bewoners elektriciteit, water en telefoon. De waterafvoer laat nog altijd op zich wachten…

Calcata 6Zo verschenen er in de loop der jaren diverse ateliers en galerietjes, maar ook restaurants zoals La Piazzetta van de onverstoorbare Gianluca, dé verpersoonlijking van Slow Food en Slow Living, aangevuld met enkele piepkleine bars waar nog steeds de muziek uit de jaren 60-70 weerklinkt, van Procol Harum tot Janis Joplin. Je kunt een espresso drinken in de esoterische koffiebar van schilder-performer Gianni Macchia, of genieten van het weidse uitzicht op het terras van La sala dei 201 tè. Dit sfeervolle theehuis waar je kunt proeven van 201 soorten thee uit de hele wereld, is het levenswerk van Gemma, een Vlaamse vrouw uit Wetteren. Erg mooi is ook Il Granarone, een oude graanschuur die werd verbouwd tot een klein cultureel centrum onder leiding van de al even ondernemende Marijcke, een Nederlandse poppenmaakster die ook cursussen, concerten en tentoonstellingen organiseert.

Een van de pioniers van Calcata is Costantino Morosin, de beeldhouwer-schilder-glazenier-theaterman van wie er drie tufstenen tronen op het pleintje naast de kerk staan. Verder is er nog Paolo Portoghesi, een gerenommeerde architect die onder meer een moskee bouwde in Rome. Ook het atelier van de internationaal gewaardeerde schilderes-keramiste-schrijfster Simona Weller is zeker een bezoekje waard. In de Grotta dei Segni kun je dan weer de muurdecoraties en trompe-l’oeils bewonderen van Enrico Abenavoli en zijn vrouw Ada Natale. En zo kunnen we nog wel even doorgaan… Net buiten de muren van Calcata is er ook nog Opera Bosco, het fascinerende “Museo di Arte nella Natura” van de Waalse kunstenares Anne Demijttenaere, die overigens ook present is op de Biënnale van Venetië 2014.

Calcata 7In de weekends kan Calcata behoorlijk druk zijn. Dan komen de dagjestoeristen wat rondsnuffelen, iets drinken of luisteren naar de muzikanten op het pleintje voor de kerk. Maar elke maandag keert de rust terug. Dan wordt de stilte weer tastbaar. En met dat ritme – 2 dagen drukte, 5 dagen rust – zijn de zowat 70 inwoners best tevreden. Calcata is al bij al een zeer klein, vredig dorp. Er is maar één toegangspoort. Auto’s komen er niet in want daarvoor zijn de kronkelende straatjes, steegjes en trapjes veel te smal. Het enige voertuig waarmee je in Calcata iets kunt aanvangen, is een kruiwagen, of eventueel een fiets, al was de enige fiets die ik er gezien heb van een fietsende wereldreiziger uit Roemenië. En dan zijn er natuurlijk nog Skappy, Nocciolina, Miscia, Romeo, Tigre en Orso. Zonder hen en de vele andere, eigenzinnige katten die zich in dit magische kunstenaarsdorp perfect thuis voelen, zou Calcata Calcata niet zijn.

Meer informatie:
Calcata in het algemeen
Calcata magica
Costantino Morosin
Simona Weller
Enrico Abenavoli en Ada Natale
Il Granarone
Opera Bosco
Anne Demijttenaere
La Piazzetta
Sala Da Tè Calcata

Geplaatst in Italië van buiten | Getagd , , , , , , | Een reactie plaatsen

Met de pastoor in bed

Corale G.Verdi di Arcidosso in NaumburgHet cliché dat Italianen alleen hun eigen eten lekker vinden, is geen cliché. Reizende Italianen die alles proeven wat hen voorgeschoteld wordt, vormen doodgewoon de minderheid. Toen we enkele zomers geleden met het koor van Arcidosso naar het Duitse Naumburg reisden, wisten mijn Toscaanse vrienden dat ze een hele week lang geen Italiaanse koffie zouden drinken en het zonder pasta moesten stellen. Toch sloeg de eerste kop echte Duitse koffie hen met verbijstering.

Meteen na die eerste “ondrinkbare” koffie gingen we het stadje verkennen. Ik denk dat elke stadsgids het wel meemaakt. Je moet de stadsmonumenten laten zien, maar de groep buitenlanders vergaapt zich aan alles wat voor jou als “inlandse” gids doodgewoon is. In Naumburg verkeken de Italianen zich niet aan de indrukwekkende romaanse Dom, maar wel aan de worstenstalletjes, de fietspaden en de bloemen- en schoenwinkels (!). Maar het mooist vonden ze de talrijke, met kleurrijke gordijntjes en decoraties versierde ramen van de gewone burgerhuizen.

Wie al in Toscane is geweest, weet dat de oudere huizen hier maar enkele, vrij kleine ramen hebben. Het stoort toeristen soms dat het in de mooi gerestaureerde oude boerderijen waarin ze logeren donker is. Mijn eigen huis heeft bijvoorbeeld aan de zuidkant ramen met luiken aan de buitenkant. De zuidenwind, al dan niet met regen, is hier de schadelijkste van allemaal. Daarom schermen luiken de ramen aan die kant af. En omdat ook de zon daar urenlang hels heet is, houden diezelfde luiken ook de hitte buiten. Aan de andere kant van het huis zitten er dan weer alleen maar luiken aan de binnenkant van de ramen, “scuri” die het maanlicht buiten moeten houden.

Het huis staat dwars op het noordwesten. De Toscanen zeggen in dit geval dat het “appoventata” gebouwd is, “beschermd tegen de wind”. Terwijl in het berggebied van de Amiata de bossen nog enigszins bescherming tegen weer en wind bieden, krijgen de landhuizen in de Val d’Orcia en bovenop de heuvels van die vallei de volle lading regen, kou, wind en zon. Vandaar hun dikke muren en maar enkele, strategisch geplaatste en met luiken beschermde ramen.

prete toscanoEeuwenlang hadden de Italianen alleen hout en houtskool om zich te verwarmen. Op elke bosrijke plaats van Toscane had elk huis dus één grote open haard waaraan het hele huisgezin zich kon (moest!) verwarmen. De slaapkamers bleven onverwarmd en in de Amiata dus steenkoud. Als het bedtijd was, vulden de mensen een blikken pot met brandende sintels. Die hingen ze in een houten raamwerk dat ze aan het voeteinde van het bed onder de dekens plaatsten. Dat die hete pot vaak het hele bed in vuur en vlam zette, kunt u zich wel voorstellen. Waarom ze die bedverwarming “prete” – pastoor – noemden, waarschijnlijk ook.

Italian Windows - Joris WoutersIntussen draaien bijna alle verwarmingen in Italië op gas. Toch blijft het grapje dat het weer is om “met de pastoor in bed te kruipen” in de Amiata weerklinken. En ook al konden mijn Italiaanse stadsgenoten het niet laten om allerlei typisch Duitse raamdecoraties uit Naumburg mee te nemen, verkiezen ze voor hun eigen huizen nog steeds maar enkele, niet te grote ramen, liefst met luiken en zonder gordijnen.

Geplaatst in Italië van binnen, Toscane | Getagd , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Metrokunst in Napels

Metro Napels 1Napels wordt vaak geassocieerd met hectische drukte, armoede en verval. En toch heeft deze Zuid-Italiaanse stad ook heel wat mooie kanten, van de zeer levendige volkswijken tot de vele kunstwerken in musea, kerken en paleizen. Twee erg uiteenlopende uitschieters zijn het schitterende Nationaal Archeologisch Museum en de verrassende metrostations vol hedendaagse kunst.

In 2001 werden de eerste “stazioni dell’arte” geopend: Quattro Giornate, Salvator Rosa en Museo. Enkele jaren later werden ze aangevuld met nog zo’n tien stations, met namen zoals Dante, Materdei, Garibaldi en Toledo. Het uiteindelijke resultaat is een netwerk van 14 kunststations, het ene al indrukwekkender dan het andere.

Metrokunst 2Het station Toledo werd door de Engelse Daily Telegraph onlangs uitgeroepen tot het mooiste metrostation van Europa. Het werd in gebruik genomen in september 2013, na jarenlange werkzaamheden die vaak moesten worden stilgelegd vanwege de vele archeologische vondsten, die dan weer een plaatsje kregen in het Archeologisch Museum… Behalve het station Toledo, dat dus op de eerste plaats in de Top 20 van de Britse krant stond, was er nog het station Materdei, dat de 17e plaats kreeg toebedeeld.

Alle stations van de Metropolitana werden ontworpen door internationaal gerenommeerde architecten en kunstenaars, van Óscar Tusquets Blanca, William Kentridge en Karim Rashid tot Alessandro Mendini. Ze bevatten alles bij elkaar niet minder dan 180 kunstwerken van 90 kunstenaars. Meteen kreeg de hoofdstad van Campanië een compleet ondergronds museum voor hedendaagse kunst dat voor iedereen vrij toegankelijk is.

Metrokunst 3Speciaal voor de kunstliefhebbers die deze indrukwekkende stations wat grondiger willen verkennen, is er sinds kort de “Metro Art Tour”. Deze begeleide rit van ongeveer 90 minuten langs de 14 kunststations van Napels heeft elke dinsdag plaats. Het enige wat je nodig hebt… is een metroticket. Groepen moeten wel reserveren via infoarte@metro.na.it. De Metro Art Tour vertrekt om half elf aan de ingang van het metrostation Toledo. Dante-liefhebbers die liever op hun eentje afdalen in het inferno van La Divinia Commedia… kunnen natuurlijk ook vertrekken in metrostation Dante.

Meer informatie over de Stazioni dell’Arte (Italiaans)
Meer informatie over The Art Stations (Engels)

Geplaatst in Campanië, Italië van buiten | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

Rome en Ostia: ouder en groter

Ostia Antica 1De eeuwige stad, de stad der steden, caput mundi viert op 21 april 2014 haar 2767ste verjaardag. Dit jaar valt de verjaardag van Rome samen met “Pasquetta”, tweede paasdag. En dat gaat gepaard met nog meer feestelijkheden dan anders. Feestelijkheden die zich uitstrekken tot in Ostia Antica, de oude havenstad aan de monding van de Tiber.

Rome is een fascinerende, bedwelmende stad. Geen enkele andere stad heeft zo’n fundamentele rol gespeeld in de ontwikkeling van de Westerse cultuur, eeuwenlang. Die rijke geschiedenis is nog altijd zichtbaar, voelbaar, tastbaar, in iedere straat en op ieder plein, van het Colosseum en het Forum Romanum tot de vele kerken. Maar hoe oud is Rome nu eigenlijk? Al jaren wordt algemeen aangenomen dat de stad werd gesticht door Romulus in 753 voor Christus, al is dat wellicht ook maar een legende…

Rome zou dus 2767 jaar oud zijn. Maar volgens sommige wetenschappers mogen we daar gerust nog een pak bij doen. Toparcheologen zoals Patrizia Fortini, die een belangrijke rol speelt bij tal van recente opgravingen, beweren dat de stad zeker zo’n 200 jaar ouder is dan men dacht, tot misschien wel bijna 3000 jaar oud.

Zo blijven de historici en archeologen steeds weer nieuwe ontdekkingen doen, tot ver buiten het stadscentrum. Ook Ostia Antica, de oude havenstad die door de toeristen vaak over het hoofd wordt gezien, zorgt voor verrassingen. Zo bleek onlangs dat ze veel groter was dan tot nu toe werd aangenomen. Toch is de huidige archeologische site nu al meer dan groot genoeg om er een hele dag rond te dwalen, zeker als je het kleine maar verzorgde museum er nog bij neemt. En het is er ook veel rustiger dan op het overvolle Forum Romanum en omgeving.

Felice compleanno, Roma e Ostia! Ter ere van die verjaardag: enkele foto’s uit het minder bekende Ostia Antica.

Ostia Antica 2

 

 

 

 

Ostia Antica 3

 

 

 

 

Ostia Antica 4

 

 

 

 

 

Artikel in Il Messagero: Roma più vecchia di due secoli.

Geplaatst in Italië van buiten, Rome | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

Eindigt alles in Seggiano?

Seggiano Spoerri 1Toscane is bijzonder rijk aan oude kunstschatten. Van de Etrusken en de Romeinen tot de renaissancekunst. In de 20e eeuw trok deze streek ook veel hedendaagse kunstenaars aan, uit Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, België en andere Europese landen, maar ook uit Amerika. Velen vestigden zich in Toscane en lieten er hun sporen na. Een van de opmerkelijkste onder hen is Daniel Spoerri met zijn beeldenpark in Seggiano, zo’n 70 km ten zuiden van Siena en op enkele kilometers van Arcidosso in de Amiata.

Seggiano Spoerri 2De uit Roemenië afkomstige Daniel Spoerri vluchtte in de tweede wereldoorlog naar Zwitserland. Hij werkte als fruitverkoper, boekhandelaar, fotograaf, restauranthouder en danser. Spoerri woonde lange tijd in Parijs, waar hij zich vooral toelegde op de assemblagekunst. Hij wordt geassocieerd met het nieuw realisme en is de uitvinder van de Eat Art, een kunstvorm gebaseerd op assemblages van… op tafel gefixeerde etensresten. Na een carrière als solodanser en als regisseur van avant-garde-stukken van o.m. Eugène Ionesco, werkte hij ook een tijdje als filmregisseur. Spoerri werkte trouwens samen met veel kunstenaars, zoals Picasso, Robert Rauschenberg, Jean Tinguely en Niki de Saint Phalle, de Franse kunstenares die vooral bekend is van haar Giardino dei Tarocchi, eveneens in Toscane. Kortom, een man die niet voor één gat te vangen is…

Sinds eind jaren 90 woont Spoerri in Oostenrijk, waar hij nog een museum heeft in een oud klooster. Maar hij verblijft ook regelmatig in het Toscaanse Seggiano, in het door hem opgerichte park vol moderne en hedendaagse kunstwerken dat nog steeds wordt uitgebreid. De Giardino di Daniel Spoerri is dan ook schitterend gelegen op een heuvelachtig terrein van ruim 18 ha. Momenteel staan er al meer dan 100 werken en installaties van Spoerri zelf en zo’n 50 andere kunstenaars.

Seggiano Spoerri 3Boven de toegangspoort hangt het Latijnse motto “hic terminus haeret”, wat vaak wordt vertaald als “hier eindigt alles”. Toch benadrukt Spoerri, die inmiddels 84 is maar nog lang niet aan het eind van zijn Latijn, dat zijn beeldentuin niet het einde is van zijn lange carrière, maar dat “terminus” ook “grens” of “overgang” betekent en dat “haeret” verwant is met “adhaerere”, met andere woorden “vastkleven” of “vasthouden”. En dat kun je ook letterlijk nemen want hier en daar zie je de vreemdste assemblages aan muren, sokkels en bomen vastgekleefd. Hoe dan ook, wie het domein van Spoerri betreedt, is vertrokken voor een urenlange ontdekkingstocht langs de meest uiteenlopende kunstwerken, te midden van een prachtige natuur.

Seggiano Spoerri 4Ben je moe gewandeld, dan kun je terecht in de cafetaria of het restaurant, de bibliotheek of de winkel met culinaire en andere kunstwerken. En als je wil blijven slapen, kan dat ook, als je op tijd een kamer of een appartementje in de Giardino hebt gereserveerd. Het voordeel is dat je dan ’s ochtends vóór en ’s avonds na de openingsuren het hele park vol kunstwerken helemaal voor je alleen hebt…

Meer informatie:
Giardino di Daniel Spoerri (Italië)
Daniel Spoerri (Oostenrijk)

Geplaatst in Italië van buiten, Toscane | Getagd , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Adopteer eens een schaap in Antwerpen

Anversa degli Abruzzi 1Anversa degli Abruzzi – letterlijk “Antwerpen van de Abruzzen” – is een vredig dorp met amper enkele honderden inwoners. Schapen zijn er in deze bergachtige uithoek van de Abruzzen des te meer. Wie dat wil, kan hier zelfs een schaap adopteren. Een Italiaanse vorm van crowdfunding, ter bescherming van de Italiaans-Antwerpse schapen?

De trotse burgemeester van Anversa degli Abruzzi beroept zich graag op drie beroemdheden: Gabriele d’Annunzio, Maurits Cornelis Escher en Marcel Proust. Om te beginnen is er Gabriele d’Annunzio. De grote Italiaanse schrijver verbleef hier ooit enkele maanden en situeerde er zijn tragedie “La fiaccola sotto il moggio”. Ook de Nederlander M.C. Escher, die vaak in Italië rondtrok, passeerde in deze streek en maakte in Anversa en omgeving een reeks tekeningen en etsen van berglandschappen, waaronder de beroemde litho “Castrovalva”. En Marcel Proust? Die is hier waarschijnlijk nooit geweest, maar om de een of andere reden is Anversa degli Abruzzi gejumeleerd met Illiers-Combrai, de geboorteplaats van de Franse schrijver op zoek naar le temps perdu.

Gole del SagittarioDe omgeving van Anversa degli Abruzzi, aan de rand van het uitgestrekte Parco Nazionale d’Abruzzo, Lazio e Molise, is zonder meer indrukwekkend. Tot dezelfde gemeente behoort ook Castrovalva, een hoog tegen de rotsen geplakt arendsnest van nog geen 50 inwoners. Van hieruit heb je een nog mooier uitzicht op de Gole del Sagittario, een diepe kloof waar alleen ervaren jagers en moedige wandelaars zich wagen. Want iedereen weet dat er in deze streek nog wolven en zelfs beren leven. De schaapherders kunnen ervan meespreken.

Nunzio Marcelli weet alles over schapen. Hij heeft een kudde van enkele duizenden Sopravvissana-schapen en is de drijvende kracht achter de schapenboerderij La Porta dei Parchi en een groot pleitbezorger van de Slow Food beweging. Nunzio en zijn familie bieden in hun bioagriturismo betaalbaar logies en ze organiseren ook regelmatig cursussen. Maar hun belangrijkste bron van inkomsten is de verkoop van allerlei biologische producten, van honing en lamsvlees tot diverse soorten schapenkaas.

Certificato

Om de banden tussen mens en natuur te versterken organiseren Nunzio en zijn medewerkers ook feestelijke activiteiten rond de transumanza (de seizoenstrek van de kuddes). En dan is er nog de tosatura, het traditionele schapenscheren waarvoor Nunzio elk jaar een groep ervaren Maori-scheerders uit Nieuw-Zeeland laat overkomen! Onder de noemer Adotta una pecora, difendi la natura (adopteer een schaap, bescherm de natuur) kun je zelfs adoptieouder worden van een zelf gekozen schaap, certificaat met naam en foto inbegrepen.

Een schaap adopteren? Hoe dat precies in zijn werk gaat, legt Nunzio ons met plezier uit: “Je betaalt gewoon vooraf een afgesproken bedrag, en in ruil daarvoor krijg je enkele maanden later een mooi pakket producten van je eigen, liefdevol verzorgde schaap thuis bezorgd, waar je ook woont.”

Wat bevat dat pakket zoal? Nunzio Marcelli: “De inhoud van zo’n pakket kan je deels zelf bepalen. Het omvat 5 kg belegen schapenkaas, 3 kg verse ricotta of 1 kg ricotta die gerookt is met jeneverbessenhout, 3 kg onbewerkte wol of 1,5 kg gewassen wol of een paar warme schapenwollen trekkingsokken, 1 kg schapensalami en 3 kg mest van je eigen schaap.” Hoe “belegen” die 3 kg mest is, hebben we niet durven te vragen…

Meer informatie over:
De gemeente Anversa degli Abruzzi
La Porta dei Parchi
Nunzio Marcelli
Korte film over de transumanza: Un giorno da pastori

Geplaatst in Abruzzen, Italië van buiten | Getagd , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Voetbal, maagdenpalm en etymologie

pervinca of maagdenpalmAl sinds half februari kleurt de maagdenpalm mijn tuin uitdagend blauw. Pervinca – of vinca in het Latijn – groeit hier, zoals op vele plaatsen in Italië, gewoon in het wild. Vinkoorde, zoals dit plantje ook heet, klampt zich overal aan vast en verovert met zijn takjes en worteltjes stapje voor stapje alle schaduwrijke plekjes van de tuin- of bosrand.

Volgens één etymologische verklaring voor het Italiaanse pervinca zou vinca de stam zijn van het Latijnse vincire, binden en omwinden. Het Nederlandse maagdenpalm en het Duitse Jungfemkrone verraden het oude gebruik om de hoofden van maagden en bruiden te tooien met takjes pervinca. De naam heeskruid onthult dan weer de geneeskrachtige eigenschappen van deze altijd groene plant, zoals het vermogen om keelontstekingen te helen. Een takje maagdenpalm aan de voordeur houdt duivels en heksen weg en in de zak van je jas verdrijft het onheil en boze geesten.

De blauwe bloempjes van de pervinca kondigen in mijn streek het einde van de winter aan. En het zonnige lenteweer spoort zelfs mij aan tot opruimen. Zo vond ik enkele dagen geleden in een kast een sok die niemand kan dragen omdat hij geen wederhelft heeft. Mijn zoon kreeg het ding ooit van de Befana, gevuld met snoep. Ik smijt die snoepsokken meestal meteen weg. Waarom deze niet vraagt u? Omdat ik mijn les als moeder van twee Italiaanse kinderen heel goed geleerd heb. Dat is mijn Milan-sok! Dat is mijn Milan-pet! Mijn Milan-deken! Dingen van Milan mogen nooit weggesmeten worden!

calza milanVanaf zijn eerste levensdag al leert elk Italiaans kind – jongen of meisje maakt niets uit – dat het pas een volwaardige Italiaanse burger wordt nadat het gekozen heeft voor welk Italiaans voetbalelftal het de rest van zijn leven zal supporteren. Zodra het kind zelf kan praten, moet het antwoorden op de vraag: “E tu, per quale squadra tifi? Of “voor welke voetbalploeg supporter jij?”.

Achter welke voetbalploeg zal ik me scharen? Die van papa? Die van mama? Die van mijn beste vriend? Dat is de eerste grote sociale levensvraag die een Italiaans kind zelf moet beantwoorden. Zodra de peuter vervolgens zijn keuze bekend maakt – meestal omstreeks zijn derde levensjaar al – gaat er geen gelegenheid voor het krijgen van cadeaus voorbij zonder dat het op zijn minst één voorwerp krijgt dat gewijd is aan en de kleuren draagt van zijn favoriete voetbalploeg.

Wat de praktische gevolgen zijn van het kiezen voor een voetbalploeg, leert een Italiaans kind meteen al op de eerste schooldag in de kleuterklas. Wie voor een ploeg is, is immers automatisch tegen een andere. En is dus de vijand van ieder kind dat zich achter die andere ploeg heeft geschaard en de bondgenoot van wie voor zijn ploeg heeft gekozen. Elke Italiaan leert dus al heel vroeg om zichzelf volledig te identificeren met een groep. In dit geval de groep van dezelfde supporters. Als – noodgedwongen – fan van een bepaald elftal leert elke Italiaan, van kindsbeen af, wat het betekent en hoe het voelt om te worden behandeld als winnaar of te worden uitgescholden voor verliezer.

Op buitenlanders komen de emoties waarmee vrijwel alle Italianen voetbal omringen vaak over als zwaar overdreven. En dat zijn ze ook. Maar als je hier leeft, leg je al snel een verband tussen dezelfde zware persoonlijke emotionele reacties op de nederlaag van hun voetbalploeg en op die van hun politieke partij.

ritueelWat de maagdenpalm betreft, geven alle etymologische bronnen die ik heb geraadpleegd een tweede mogelijke verklaring voor de Italiaanse naam pervinca. Zij het niet erg overtuigd zeggen die dat vinca ook de stam zou kunnen zijn van het werkwoord winnen, vincere. En dat zou bij nader inzien volgens mij wel eens de enige correcte verklaring kunnen zijn. Zelfs in het mediterrane Italië is niet altijd en overal laurier voorhanden. Het is dus vrij logisch om te veronderstellen dat bij gebrek aan laurier vaak pervinca de hoofden kroonde van de overwinnaars van de ontelbare veldslagen en oorlogen die op Italiaans grondgebied werden uitgevochten. En omdat zelfs in de huidige sporttradities mannelijke ploegen vlak voor de strijd hun overwinning ritueel afdwingen, klinkt het voor mij zelfs aannemelijk dat per-vinca gewoon voor de winnaar betekende. Ik kan me namelijk levendig voorstellen dat de op voorhand aangeroepen goden een kroon van laurier op het hoofd van de verhoopte winnaar als hoogmoedig zouden hebben geïnterpreteerd, terwijl pervinca die kon symboliseren zonder de toorn van die goden te riskeren. Is dat geen mooie, fantasierijke hypothese?

Geplaatst in Italië van binnen | Getagd , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Luc Devoldere over Pompeji en botox

Pompei 2Eind 2010 publiceerde De Standaard een opiniestuk van Luc Devoldere over Pompeji. Naar aanleiding van de instorting van enkele muren op de beroemde archeologische site waren er allerlei kritische artikelen verschenen in de internationale pers. Luc Devoldere was het niet helemaal eens met die kritiek: “Er schuilt een contradictie in het bewaren van erfgoed: zo maken we het vaak ook kapot.”

Begin maart 2014 was het opnieuw zover. “Pompeji-site lijdt onder instortingen” kopte een krant nadat enkele muren en een boog van de tempel van Venus waren ingestort. “Schande!” werd alom geroepen. Italia Magia publiceert de lichtelijk herwerkte tekst van Devoldere hier in avant-première.

Luc Devoldere studeerde oude talen en wijsbegeerte. Hij is verbonden aan de Vlaams-Nederlandse culturele instelling Ons Erfdeel, als hoofdredacteur en afgevaardigd-bestuurder. Hij vertaalde een gedichtenbundel van Pier Paolo Pasolini, onder de titel De as van Gramsci (2012), en schreef een reeks boeiende boeken, waaronder Wachtend op de barbaren (2002), De verloren weg: van Canterbury naar Rome (2002), Mijn Italië (2006) en Lucifers bij de brand. Notities (2009).

Over Pompeji en botox

Pompei 1Enkele jaren geleden stortten in Pompeji een gebouw en een paar muren in. Die muren hadden het begeven omdat het dagen lang geregend had in de streek. In de baai van Napels stapelde zich intussen weer de vuilnis op, omdat mensen geen vuilnisbelten in hun buurt willen en de camorra de lucratieve handel van de ophaling controleert.

We kunnen nu opnieuw met zijn allen met enig misbaar de mantra inzetten over dat desintegrerend land waar niets geregeld is, waar men zelf de vuilnis niet kan ophalen – het begin en de voorwaarde van beschaving. Een land dat niet in staat is om zijn kunstschatten en erfgoed in stand te houden.

Dat laatste is wat makkelijk. Nergens ter wereld zijn zo veel kunstschatten en erfgoed opgestapeld als in Italië. Alles alleen maar min of meer ongeschonden  houden, is al bijna onmogelijk. En dan nog. Het Forum Romanum ziet er nu heel anders uit dan op de zestiende-eeuwse tekeningen van Maarten van Heemskerck, waar de monumenten nog half in de grond steken, en aanbouwsels en groen ze een heel ander uitzicht geven, waar koeien nog grazen. Hoeveel keren is het Laatste Avondmaal van Da Vinci in Milaan bijgeschilderd? Kijken we eigenlijk nog naar Da Vinci? Persoonlijk houd ik het meest van de met lover gedrapeerde ruïnes van het Rome van Piranesi, maar juist dat Rome is een verzonnen Rome, en ruïnes waar bomen in groeien zijn dan weer onherroepelijk op weg naar de natuur, zoals terrils.

Pompei 5De site van Pompeji is groot. De gebouwen hebben geen daken meer. Buitenmuren worden binnenmuren. Verval staat er in de sterren geschreven. De ingestorte  muur was al eens ingestort tijdens de Tweede Wereldoorlog. Men zou nu opnieuw stenen verzamelen en hergebruiken. Versta mij niet verkeerd. Natuurlijk heeft Pompeji geld nodig. En een plan. Maar toch is er meer over Pompeji te zeggen.

In de film Roma (1972) van Fellini is er een verscheurende episode: tijdens de werken aan de Romeinse metro dringt de ondergrondse  graafmachine een Romeinse villa binnen. Aarzelend stappen mannen en vrouwen met helmen en zaklampen de kamers van het huis binnen. De zaklampen  strelen traag de muurschilderingen die voor het eerst na bijna twee millennia opnieuw worden bekeken door menselijke ogen. En dan gebeurt het onvermijdelijke: met de mensen is ook de lucht van 1972 de kamers mee binnengekomen. De lucht wordt wind, de wind wordt een stofwolk en voor onze ogen vervloeien de fresco’s, glijden ze van de muren af. Binnen enkele ogenblikken is de epifanie voorbij en is alles weg. Het verleden is teruggevonden en voor altijd verloren. Verslagen als Orfeus zijn we voor altijd  Eurydice kwijt. De scène is van een melancholie die je in het gezicht slaat. Melancholie om het onvermogen het verleden zuiver, intact te bewaren.

De mens verandert de dingen, de werkelijkheid door zich erin te bewegen, door er alleen maar naar te kijken. Onze pure, fysieke aanwezigheid bij “erfgoed”, materiële resten van het verleden, verandert die resten. Onze blik alleen al die ze bepaalt als “erfgoed” verandert ze.

De mens wil die resten redden, en juist door ze te redden, maakt hij ze kapot. Het is met het “authentieke” niet anders. Telkens als je het ervaart, is het al niet meer “authentiek”.

Neem nu de Etruskische graven in de buurt van Tarquinia. Je kunt er enkele bezoeken. De meeste zijn nog bedolven. Men weet ze liggen, maar kan (geen geld) of wil (?) ze niet blootleggen. Ik weet pertinent zeker dat ik in de jaren ‘80 van de vorige eeuw in de buurt van Tarquinia in die graven fresco’s heb gezien, die ik, gewoon omdat ik ademde en dus leefde,  mee ter dood heb veroordeeld. Knaagt dat besef?

Moeten we dingen opgraven die nu onder de grond rusten en zichzelf zijn, kunnen zijn? Zodra wij ze aan het licht brengen, stellen wij ze blijkbaar bloot aan lucht, aan verontreiniging, aan leven dat juist doodt. Tenzij we ze musealiseren, opsluiten in bunkers, kooien waar de juiste klimaatregeling ze in leven houdt, maar leven ze dan echt?

Neem het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius. Het enig bewaarde uit de Oudheid. Achttien eeuwen stond het buiten. In de zestiende eeuw is het van Lateranen verplaatst naar het Capitool, waar het het sluitstuk werd van het door Michelangelo ontworpen plein. Ooit legde ik een cesuur tussen de Romereizigers die het beeld nog gezien hebben op het Capitoolplein, en al diegenen die nu een te blinkende kopie zien, terwijl het origineel naar het museum naast het plein is verbannen. Eeuwen heeft men niet naar het beeld omgekeken, maar het bleef staan. Nu respecteert men het, maar men conserveert het als een mummie. Dat steekt mij. Ik heb ooit geschreven dat die “opzetting” voor mij niet hoefde: als we er niet toe in staat waren het beeld buiten te laten staan, omdat het brons werd aangetast door de luchtvervuiling en de trillingen van de stad, wel, dan moest het maar in elkaar stuiken. Waarom moeten de dingen eeuwig meegaan? Wij gaan toch ook niet eeuwig mee? Toen ik ooit aan de Commonwealth War Graves Commission in een brief vroeg of ze van plan waren de Britse oorlogskerkhoven in de Westhoek te blijven onderhouden, kreeg ik een antwoord waarin stond: “In perpetuity”. Ik vind de ambitie prachtig, maar is ze in het licht van de alles aanvretende tijd haalbaar? Le Temps, ce grand Sculpteur.

Pompei 7En kijk nu opnieuw naar Pompeji.

Het mooiste wat over de stad geschreven werd, is van de hand van Giacomo Leopardi. Misschien omdat hij het niet direct over Pompeji heeft. La Ginestra (De brem), een gedicht van 317 verzen, gaat over de brem op de flanken van de Vesuvius. Leopardi schreef het in 1836, toen hij zelf op de hellingen van de vulkaan, in een villa bij Torre del Greco, verbleef. Hij noemt de geurige brem de bloem van de woestijn, de nederige, taaie plant die het uithoudt waar alles, paleizen en steden, verdwijnt. De uitkijkpost van de dichter – ’s nachts op de desolate lavaflanken, tussen zee en sterren – wordt het toevallige punt voor een meditatie op ons verdwaald zijn in de oneindigheid van een heelal dat ons niet kent. Mensen moeten hun geweld tegen elkaar opgeven, meent Leopardi, en maar dicht bij elkaar gaan schuilen om zich te wapenen tegen de echte vijand, een superieur onverschillige Natuur. De mens is niet meer dan een schimmel op haar huid, een pathetische uitwas. Het blinde vooruitgangsgeloof dat de mensheid voortstuwt, is tegen de achtergrond van een kosmische, zinloze metastase niet meer dan een belachelijk misverstand. Kijk naar de brem op het veld. Hij maait niet, hij zaait niet. Hij vergaat zwijgend onder de mantel van lava, onschuldig, zonder verzet te plegen. Hij hunkert niet naar onsterfelijkheid. En toch is hij in al zijn woordenloze fierheid en wijsheid hoogstaander dan de brallende mens, gevangen in de waan.

Pompeji is een bewegwijzerd archeologisch catastrofenpark, dat kreunt onder de massa’s die het willen zien (Pompeji is de meest door toeristen bezochte locatie van heel Italië) en het door hun passage aantasten. Ooit heb ik het bij wijze van provocatie zo opgeschreven: “Als wij met zijn allen – archeologen, toeristen, passanten – de stad nu eens ontruimden en aan zichzelf overlieten? Dan kon zij weer vergaan tot landschap, en na de volgende uitbarsting, wie weet – tot brem.”

Ik weet niet of ik gelijk heb. Het gaat ook niet om gelijk hebben. Het gaat om de vraag hoe we met vergankelijkheid omgaan: je kunt restaureren en renoveren, stutten en beschermen, en uiteindelijk een afdak plaatsen, en dan een dak en dan een stolp –  en dan alles in een museum opsluiten. Je kunt alles tot erfgoed uitroepen. Je kunt vergankelijkheid bestrijden, je kunt ze even buiten spel zetten met botox, joggen en pillen, maar uiteindelijk zullen we allemaal het hoofd neerleggen. De ruïnes van Pompeji ook.

Luc Devoldere

Lees ook Pompeji-rood of Pompeji-geel?

Geplaatst in Gastauteurs | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

Een bijzondere dag in Rome

Giordano Bruno afficheRome wordt door veel mensen geassocieerd met de paus. Maar Rome is Vaticaanstad niet. Rome is vooral de stad van Giordano Bruno, de grote “ketter” die elk jaar op 17 februari in de Italiaanse hoofdstad herdacht wordt.

“De vrijdenker Giordano Bruno werd op 17 februari 1600 levend verbrand op het plein Campo di Fiori in het paapse Rome, als slachtoffer van het klerikale obscurantisme.” Elk jaar in februari verschijnen dergelijke affiches op de Campo de’ Fiori. In het midden van dat plein staat dan ook zijn standbeeld, precies op de plaats waar hij stierf op de brandstapel. Elk jaar op 17 februari is er bij het beeld ook een bijeenkomst van de Unione degli Atei e degli Agnostici Razionalisti, de unie van atheïsten en rationalistische agnosten.

Giordano Bruno standbeeldGiordano Bruno was een tijdgenoot van de al even eigenzinnige Galilei. Hij begon als priester, maar keerde zich uiteindelijk tegen de Kerk. Als filosoof en wetenschapper was hij zijn tijd ver vooruit. Op basis van Copernicus’ heliocentrisme stelde hij dat er oneindig veel sterren zijn en dat onze planeet niet noodzakelijk het middelpunt van het heelal is. Hij sprak zelfs van een uit atomen opgebouwd universum, dat oneindig was en alles omvatte. Voor een god was in zijn visie geen plaats meer. En dat werd hem niet in dank afgenomen. De inquisitie veroordeelde hem als ketter en liet hem levend verbranden. Eeuwenlang stonden zijn geschriften op de lijst van de verboden boeken. Pas in 1999 vond de Kerk het nodig zich te excuseren.

Wie in Rome is, moet zeker eens gaan kijken naar zijn standbeeld op de altijd even sfeervolle Campo de’ Fiori. Een indrukwekkend beeld van een onverzettelijke vrijdenker, wiens laatste woorden boekdelen spreken: “Wellicht spreken jullie, mijn rechters, dit vonnis met meer angst uit dan waarmee ik het onderga.”

Geplaatst in Italië van buiten, Rome | Getagd , , | Een reactie plaatsen

De Viagra-vulkaan

Solfatara 1Hoeveel vulkanen zijn er in Italië? Twee, de Vesuvius en de Etna, zullen sommigen zeggen. Doe er toch nog maar de Stromboli en de Vulcano bij. Dat zijn er dus al vier. De vijfde, die vaak vergeten wordt, is de Solfatara. Dat is volgens sommige vulkanologen de gevaarlijkste van al. Sommige Italianen noemen hem ook wel eens… de Viagra-vulkaan.

De Etna, de Stromboli, de Vulcano en de Vesuvius zijn alle vier nog actief, al dateert de laatste uitbarsting van de Vesuvius inmiddels van 1944. De Etna op Sicilië is natuurlijk de meest spectaculaire vuurspuwer. Hij braakt nog zeer regelmatig gloeiende lava, wolken en dampen uit. Terwijl de Vulcano, op het gelijknamige eiland, vooral bekend is omdat hij zijn naam gaf aan de god Vulcanus en aan… het woord vulkaan.

Solfatara 2Wie Napels zegt, denkt aan de Vesuvius. Maar vlakbij Napels, in Pozzuoli, ligt nog een vulkaan, de sluimerende Solfatara. De Solfatara is volgens specialisten een onderdeel van een “caldera”, een complex van ondergrondse en vooral onderzeese vulkanen met tientallen kraters. Die supervulkaan staat ook bekend als de “Campi Flegrei”, de Flegreïsche of brandende velden. Verschillende steden en dorpen liggen vlak naast en zelfs bovenop die supervulkaan, al zijn de bewoners zich daar nauwelijks van bewust. En dat is nu net het gevaar, zeggen de vulkanologen, want er is een duidelijk merkbare opwaartse druk, waardoor de aardkorst eronder steeds meer beweegt. Hier en daar verschijnen barsten in de aarde én in de huizen. Vroeg of laat zal het deksel van de ketel vliegen.

Solfatara 4We willen die Solfatara – afgeleid van “solfa” (zwavel) en “terra” (aarde) – wel eens van dichtbij bekijken. In Camping Solfatara, die het voorgeborchte vormt van de vulkaan, kopen we een ticket. Er hangt een vreemde geur. Het eerste wat we zien, direct achter de laatste caravan, is een rotsachtig maanlandschap met iets wat lijkt op lage nevelslierten. Hoe verder we gaan, hoe indringender de geur van rotte eieren. De zwaveldampen grijpen naar de keel. Nu weet ik waarom de man aan de kassa ons, samen met de tickets, meteen een pepermuntje gaf. Erg lang zal ons verblijf hier niet duren…

De Solfatara is niet echt actief meer. Maar hij heeft wel veel “fumarolen”, die hier ook “solfataren” worden genoemd. Uit de geelbruine en gifgroene gaten en spleten persen zich constant rook en zwavel naar buiten. Bij de grootste krater, de “bocca grande”, kan de temperatuur oplopen tot 160°C, lezen we op een bordje. De hete zwaveldampen, de stoom, de rookpluimen, de borrelende modderbaden en de restanten van een natuurlijke sauna uit de oudheid creëren een buitenaardse sfeer. Geen wonder dat dit landschap het decor vormde voor enkele bizarre Italiaanse films, en zelfs voor een clipje van Pink Floyd uit de jaren 70.

Solfatara 3Maar hoe zit het nu met die Viagra? Onder de titel “Pozzuoli, sesso felice grazie alla Solfatara” (Pozzuoli, gelukkige seks dankzij de Solfatara) verscheen in 2009 een artikel in La Repubblica waarmee Sebastiano De Luca, de eigenaar van het terrein waarop de vulkaan zich bevindt, erg blij was. Enkele Italiaanse wetenschappers hadden namelijk ontdekt dat twee enzymen die belangrijk zijn voor de erectie van het mannelijke geslachtsorgaan ook aanwezig zijn in de gassen die de Solfatara uitblaast. De stinkende dampen van de Solfatara zijn een natuurlijke vorm van Viagra, verklaarde de trotse burgemeester van Pozzuoli, die er tegenover de journalist van La Repubblica nog aan toevoegde dat het aantal huwelijken in zijn stadje al jaren in stijgende lijn gaat en het geboortecijfer bij zijn weten nog nooit onder de 100 per jaar is gezakt. Voor “gelukkige seks” moet je dus bij de Viagra-vulkaan in Pozzuoli zijn. “Se non è vero, è ben trovato”, zeggen ze in Italië.

Meer informatie:
Korte film over de Solfatara (4’, Engels).
Lange documentaire over de Solfatara (45’, Italiaans).

Geplaatst in Campanië, Italië van buiten, Napels | Getagd , , , , , , | Een reactie plaatsen